Het Urkerland
Laatste delen Meere-orgel richting Heerde Laatste delen Meere-orgel richting Heerde
0

Stille leegte

Sommige dingen zijn altijd hetzelfde en veranderen nooit. Bethelkerkgangers zijn gewend aan het orgelfront boven de preekstoel. Al een eeuw lang. Hoe vertrouwd en goed dat gezicht ook is, vanaf aanstaande zondag zal het anders zijn. Geen David met zijn glanzend gouden harp bovenop de imposante prestantpijpen, geen trompet spelende engelen die zich normaal gesproken trapsgewijs naast het orgelfront opgesteld hebben. Zelfs de omzoming van groen fluwelen gordijnen is verdwenen en alleen de onderkant van het met bladgoud beschilderd houtsnijwerk is slechts een geluidloze getuige van hetgeen was. Wat verder rest is stille leegte. Zaken moeten soms erger worden, voor het beteren kan – die woorden passen momenteel bij het Urker Meere-orgel.

Een drukte van belang was het afgelopen drie dagen in de Bethelkerk. Vrijwilligers, betrokkenen en medewerkers van Reil zetten hun beste beentje voor om de laatste delen van het orgel zo secuur mogelijk af te breken. Speeltafels, registratuur, frontpijpen, versierselen en kast, werkelijk alles is weggehaald en naar Heerde vervoerd. Daar wachtten orgelbouwers van Reil met opgestroopte mouwen om het honderdjaaroude materiaal te restaureren. Om deze klus te klaren hullen zij zich dit jaar in de huid van Abraham Meere. Niet voor het eerst overigens, want de orgelfirma heeft een forse dosis ervaring en kennis in huis – opgedaan bij eerdere restauraties van Meere-orgels, zoals Vianen en Epe. Orgelbouwer Han Reil lacht: ,,Bij wijze van spreken weet ik hoe laat Meere opstond, naar bed ging en hoe hij zijn dagen sleet als orgelbouwer.’’ Hoe het ook zij, het geduld van orgelminnend Urk wordt inmiddels behoorlijk op de proef gesteld. Gelukkig met een blij vooruitzicht: het instrument wordt beter dan het ooit was.