Afbeelding

Urker link in liquidatiezaak

Algemeen

Bij de rechtbank in Amsterdam is een strafzaak gestart die draait rondom een liquidatie uit 2016. Het slachtoffer was Vincent Jalink, die in Diemen voor de ogen van zijn 9-jarige zoontje werd neergeschoten en kort daarop overleed. De zaak zou sterke links met Urk hebben.

Volgens een artikel in Het Parool had Jalink een conflict met iemand op Urk. Die zou via Jalink een miljoen euro geïnvesteerd hebben in een cocaïnetransport. Maar de drugs werden niet geleverd en het geld verdween. Daarop zou vanaf Urk iemand gezocht zijn die opdracht kreeg het geld terug te halen, inclusief een boete van een miljoen. De politie zou enkele maanden na de liquidatie al informatie hebben gekregen over de achtergronden van deze zaak.

Volgens Het Parool gebruikte de Urker drugsinvesteerder een plaatsgenoot als contactpersoon, waarna via een keten van andere tussenpersonen een opdracht tot ontvoering werd gegeven. De beloning zou twee ton bedragen, maar kon oplopen tot 1 miljoen als de gehele boete werd betaald. De uiteindelijke uitvoerders besloten echter dat ontvoeren te ingewikkeld zou zijn en de kans op extra geld te klein. Ze zouden daarom voor de makkelijke weg gekozen hebben: moord.

In 2018 werd de Urker tussenpersoon door de politie opgepakt voor verhoor in deze zaak. Maar hij ontkende er iets mee te maken te hebben, al heeft hij volgens Het Parool wel toegegeven dat hij Jalink gekend heeft.

In de nu opgestarte strafzaak wordt de vermeende drugsinvesteerder niet vervolgd. De Urker tussenpersoon staat terecht voor drugshandel, lidmaatschap van een criminele organisatie en opdracht geven tot ontvoering. Drie anderen staan terecht voor de moord. Eerder dit jaar werd de schutter al veroordeeld tot 22 jaar cel.

Advocaat Leon van Kleef verdedigt een van de verdachten, een man uit Amstelveen. Hij zegt dat er volgens zijn cliënt niets klopt van het krantenverhaal en dat die voor de rechter wil verklaren hoe het wél zit. Hierbij noemt hij twee Urker drugstransporten die misgelopen zouden zijn. In één van beide gevallen zou het om drieduizend kilo cocaïne zijn gegaan. Het is onbekend wanneer de inhoudelijke behandeling van deze zaak start.