
Wouter de Vries
Geboren: 15 maart 1936
Overleden: 6 november 2023
Dirkje de Vries-Kaptein
Geboren: 3 september 1936
Overleden: 28 januari 2024
Van vader Wouter kregen de kinderen het Woord mee. Door zijn leven heen, dat diepe hobbels en kuilen kende, vlechtte zich steeds vaster het vertrouwen op zijn Heere en Heiland en de onschatbare waarde van het onvoorwaardelijk aanbod van genade.
Van moeder Dirkje leerden de kinderen geven, klaarstaan voor een ander, over kerkmuren heen kijken. Wouter en Dirkje hadden het tijdens hun leven niet breed, maar schonken hun grote gezin een jeugd met onvergetelijke herinneringen en wijsheden waar ze hun hele leven mee toe kunnen.
De wieg van Wouter stond in Wijk 7. Hij groeide op als oudste kind van Willem en Trui de Vries-van Laar; het echtpaar kreeg na Wouter nog zeven kinderen. De ouderlijke woning op Wijk 7 nummer 4 had vader Willem zelf laten bouwen en Wouter zou zich later nog goed herinneren hoe in de beginjaren het water tot aan de veranda klotste en daarna de koeien er in de wei liepen. Het Urk van toen hield er letterlijk op.
Een fijne jeugd had Wouter niet, al sprak hij daar niet over. Zijn nazaten hoorden er later via via verhalen over, die Wouter, zo zei hij eens, mee zou nemen in zijn graf.
Van Wouter werd verwacht dat hij visserman werd. Eerst op de houten botter UK 64, later werd geïnvesteerd in een ijzeren kotter. Net als zijn goede vriend Jaauwk van Beth (Nentjes), werd Wouter op zijn achttiende jaar opgeroepen voor de dienstplicht. Jaauwk koos de marine, Wouter ging voor de landmacht.
In die tijd had hij zijn Dirkje al leren kennen; ze staan samen op de foto voor de UK 64, hij in zijn legerkloffie. Zijn diensttijd was echter van korte duur, vader Willem kreeg op 42-jarige leeftijd ineens verlammingsverschijnselen - waarschijnlijk polio - en kwam thuis te zitten. Wouter werd naar Urk geroepen om de kotter in de vaart te houden. Met zijn scherpzinnig verstand had hij al snel de juiste papieren voor motordrijver en schipper. Zijn vader hield zich vanaf dat moment alleen nog met de administratie bezig.
Ook Dirkje kende een jeugd met veel verdriet. Zij was de oudste dochter van Aaltje Pasterkamp en Hendrik Kaptein. Na haar werden nog vier kinderen geboren en kort na de geboorte van het laatste kind, verliet Hendrik zijn gezin. Het leven in een gebroken gezin - iets wat in die tijd nauwelijks voorkwam - legde een grauwsluier over het leven de jonge Dirkje.
Zij kreeg er vooral veel nieuwe taken en verantwoordelijkheden bij; er moest immers gegeten worden. Ze ging al jong aan het werk in de nettenfabriek en had als opdracht om elke zaterdag met de boot naar Enkhuizen mee te varen om daar van vader Hendrik een rijksdaalder - het weekgeld, echte alimentatie kende men in die tijd nog niet - in ontvangst te nemen. Soms miste ze daarbij de boot terug, waardoor ze tot haar verdriet de hele zondag over moest blijven om maandagmorgenvroeg weer terug naar Urk te kunnen. Aan boord van de Urkerboot wist men van de droeve situatie van het gezin, zodoende werd Dirkje ingefluisterd zich snel in het wc-hokje te verstoppen. Dat scheelde weer een bootkaartje kopen.
Eigenlijk had zij haar oog op een ander laten vallen - daar plaagde ze Wouter weleens mee - maar toch veroverde hij haar hart. Op 27 december 1958 beloofden ze elkaar trouw in de gereformeerde kerk, hoewel Dirkje van huis uit hervormd was. Ook toen al volgde ze Wouter waar hij ging - haar vertrouwen in hem was rotsvast. Het huwelijk werd gevierd in de nettenfabriek, waar Dirkje werkzaam was.
Het jonge paar kon intrekken in de woning van bessien Marijtje de Vries op de Botermarkt, en had weinig om mee te nemen. Een paar stoelen, een tafel, en een bed vormden de uitzet. Later kwam er een wasmachine met wringer, die kwartje voor kwartje werd afbetaald. Oudste zoon Willem werd nog op de Botermarkt geboren, kort daarna verhuisde het gezin naar de nieuwbouwwoningen van Patrimonium aan de Heerenkamp.
Pas getrouwd werd Wouter op een zaterdagavond gegrepen onder een preek van dominee E. du Marchie van Voorthuijsen. Het was het begin van een leven vol onderzoek in de Schrift en de oudvaders. Zijn liefde voor de Puriteinen en Schotland kreeg erdoor vorm. In zijn leven spaarde hij uiteindelijk een enorme en bijzondere bibliotheek bij elkaar, en de reisjes naar Schotland waren hoogtepunten.
Het was in diezelfde tijd dat zijn visserijbedrijf failliet ging. Een harde klap voor de 23-jarige Wouter die vrouw en kinderen moest onderhouden. Beste vriend Jaauwk (met wie hij later ook Christelijk Visserskoor Crescendo zou oprichten) kocht de UK 64 over en Wouter kon terecht op de UK 156 als knecht bij Meindert van Louwe. De oude Louwe de Boer nam Wouter onder zijn vleugels en zorgde ervoor dat hij al zijn schulden kwartje voor kwartje kon afbetalen. Ook Sjaak Blom, de slager, hielp het gezin, dat inmiddels stevig doorgroeide, belangeloos. Het echtpaar is hen hiervoor altijd dankbaar geweest.
Uiteindelijk telde het gezin van Wouter en Dirkje negen kinderen. Na zoon Willem kwamen dochter Alie en achtereenvolgens Hendrik, Truida, Wouter, Willie, Annie, Dirkje en Jannie. Na de geboorte van Willie had de dokter opgemerkt dat Dirkje - die nogal klein van stuk was - nóg een kind krijgen niet aan zou kunnen. ,,Daar gaat de Heere over'', was het korte antwoord dat de dokter te horen kreeg.
Hoewel Wouter en Dirkje alle zeilen bij moesten zetten om niet alleen hun gezin te voeden, maar ook nog altijd schulden hadden af te lossen, kijken de kinderen terug op een jeugd waarin alles kon. Natuurlijk liepen ze er niet bij volgens de laatste mode; klonk er weleens spottend op het schoolplein: 'hé dat is mijn oude broek'. En wisten ze niet wat cadeautjes krijgen was of op vakantie gaan, maar ze leerden andere waarden: géven, omzien naar elkaar. Rond het sterfbed van hun ouders bleek later hoe sterk de band van het gezin - ondanks alle verschillen - is.
Wouter kreeg op jonge leeftijd rugproblemen waardoor hij niet meer mee kon vissen met Meindert van Louwe. Ondanks een jaar in gips vastgezet te zijn en daarna altijd korsetten te moeten dragen, zette hij zich aan de wal in voor het bedrijf. Samen met Dirkje boette hij netten en er werden vele manden garren gepeld aan de keukentafel, waar het gezelschap zich steeds meer uitbreidde, omdat Dirkje een kostelijke verteller was. De kinderen kregen een krantenwijk en het gezin werd ook door Urk niet vergeten. Op een dag dat er echt geen kruimel meer in huis was, ging het echtpaar op de knieën. Diezelfde avond stond er een tas met boodschappen voor de deur. Ook dominee Du Marchie van Voorthuijsen stond het gezin bij. Zijn vrouw hielp Dirkje steevast tijdens de kraam, en lekkers dat het domineesechtpaar zo vaak werd toegeschoven, gaven ze door aan het groeiende gezin.
Wouter schoolde zich, toen duidelijk werd dat het vissermansleven echt niet meer ging, om tot elektricien en later tot houtbewerker. Bij die laatste omscholing kreeg het gezin, dat inmiddels verhuisd was naar de Nink, eindelijk nieuwe meubeltjes. Wouter maakte alles zelf. Ook financieel werd het wat breder, omdat alle drie de zoons inmiddels geld verdienden als visserman, ondanks de waarschuwing van Wouter om vooral géén visserman te worden, maar naar school te gaan.
Kerkelijk waren het roerige tijden. Nadat Jan de Wit in de Oud Gereformeerde Kerk een preek had gelezen die niet de goedkeuring van de gehele kerkenraad kende, besloot ook Wouter de kerk te verlaten. Hij sloot zich aan bij wat nu het 'Bossenkerkje' wordt genoemd en was daar jaren ouderling en gaf catechisatie.
Weer later, rond de vorming van de PKN in 2004, was Wouter het niet eens met de keuzes van de kerkenraad. Hij en Dirkje werden meelevend lid van de christelijke gereformeerde Eben Haëzerkerk. Het was in die tijd dat ook Dirkje persoonlijk werd geraakt. In het dagboekje dat haar kinderen na haar sterven onder ogen kregen, lazen ze wat Dirkje nooit met zoveel woorden had gezegd.
Nóg een verhuizing; ditmaal vond het gezin intrek in Wijk 4. Wat beleefde het echtpaar daar een prachtige tijd. Eerst nog met de jongste kinderen, later samen. Het was er, zoals altijd, de zoete inval. Dirkje deelde uit, meer dan dat ze had, schonk blijmoedig koffie en was het gelukkigst als haar huisje stampvol zat met kinderen, kleinkinderen en later ook achterkleinkinderen. Ze waren haar allemaal even lief en dierbaar. Het verdrinken van kleinzoon Wouter op het Tjeukemeer en het verlies van kleindochter Trista door een ongeval op straat, raakte het echtpaar diep.
Met name dochter Annie spande zich in om haar ouders zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Ze deed de was, kwam drie keer daags langs, en toen het allemaal wat minder ging werd een traplift geplaatst en daarna gezorgd dat ook in deze Oude Dorp-woning beneden kon worden geslapen.
Toen Wouter hard viel en zich verwondde ging het echt niet meer. Pas bij de opname in 't Kompas kregen de kinderen door hoe ver 'heen' hun vader eigenlijk al was. Kort daarop kon, tot blijdschap van de kinderen, ook Dirkje een plekje krijgen in 't Kompas. Samen oud worden, tot in het verpleeghuis toe, het is niet velen gegeven en het gezin ziet het als een genadegave dat hun vader en moeder, die zo verknocht aan elkaar waren, samen konden blijven.
Het sterven van Wouter kwam, ondanks zijn hoge leeftijd, plotseling en ging erg snel. Dirkje maakte de rouwsamenkomst, die kleinzoon Dirk Baarssen op verzoek van zijn bèbe met wie hij een sterke band had, leidde mee, maar ze ging niet naar de begraafplaats. Wat ze ervan meekreeg is gissen, maar dát ze na zijn overlijden iets wezenlijks miste was duidelijk. Haar goudblok, zoals ze Wouter liefkozend noemde, was er niet meer.
Hoewel Dirkje lichamelijk niets mankeerde, kwam ook haar levenseinde snel. Zij kreeg wel een sterfbed, waar haar kinderen zich anderhalve week omheen schaarden en psalmen zongen. Dat had ze altijd zo fijn gevonden; huppelend ging ze voor hen uit naar de kerk. Ze kreeg nog een opleving, maar dat was een kort moment, waarin ze ook het verzorgend personeel verraste, zoals ze zo vaak had gedaan - allemaal waren ze gek op haar, zo vrolijk en gevend als ze was.
Langzaam doofde ook Dirkje's levenskaars op aarde uit. De kinderen kijken met verdriet vanwege het afscheid, maar vooral dankbaar terug op het leven van hun geliefde ouders. Ze zien het als een genadegave om te weten dat ze beiden eeuwig Thuis mogen zijn.