'Velen dan van Zijn discipelen die dit hoorden, zeiden: dit woord is hard; wie kan het aanhoren?'
De Heere Jezus onderwijst hier allemaal mensen die Hem al een tijdje volgden, die wel vaker naar Zijn onderwijs luisterden en stukken met Hem en Zijn discipelen meegingen. Meelevende mensen, zeg maar. En altijd was het onderwijs van de Heere Jezus anders geweest dan wat zij zelf bedacht hadden. Maar nu maakt de Heere Jezus het wel héél bont.
Ze zoeken Hem, maar Hij zegt tegen hen: 'u zoekt Mij niet, maar Mijn wonderen.' Ze willen graag grote dingen doen, maar de Heere Jezus zegt hen: 'geloof is het werk dat God vraagt.'
Hij zegt ze: 'jullie voorouders hebben wel manna gegeten, maar jullie voorouders zijn toch nog gestorven. Bovendien was dat manna zelf ook niet onbeperkt houdbaar. Zouden jullie niet eens kijken naar het Brood dat eeuwig is en dat eeuwig leven geeft?' Hij is Zelf het Brood dat eeuwig leven geeft, maar daarvoor moet Hij wel lijden en sterven.
En dan zeggen ze het met nadruk: 'hárd is dit woord'. Het brood van het Evangelie is moeilijk te verteren. En ze mopperen, net als het volk in de woestijn.
Er zijn vele oorzaken aan te wijzen voor dat gemopper, maar de eigenlijke oorzaak is ongeloof. Zoveel zegt de Heere Jezus ook: 'blijkbaar zijn jullie niet door de Vader tot Mij getrokken.' En ze bevestigen het eigenlijk zelf ook. Geloven moeten ze. 'Nou', zeggen ze, 'geef ons daar eerst nog maar eens even een wonderteken!' Maar ze waren juist gekomen omdat Jezus een wonder gedaan had. Nog maar een! En nog maar een! Blijf het maar doen, misschien overtuigen de wonderen ons vanzelf! 'Nee', zegt de Heere Jezus, 'de wonderen overtuigen jullie niet. De Vader moet jullie overtuigen.'
Mensen kunnen er niet bij. Als het hun niet gegéven is. De Geest is het Die levend maakt. En niemand komt tot Jezus dan wie het door Zijn Vader gegeven is.
Wees maar niet verbaasd als de boodschap van het Evangelie onbegrip of zelfs tegenspraak oproept. Bij je vrienden, bij je collega’s. Bij je familie. Als je getuigt van wat er in de Bijbel staat zullen mensen protesteren, en zich misschien ergeren, of zelfs weglopen.
De goddelozen halen uit Gods Woord stenen tevoorschijn waar ze zich aan stoten. Al wat Jezus zegt, maakt hen alleen maar bozer. Hárd zijn deze woorden. Dat geldt ook voor ons.
Hardheid is ons van nature eigen. Daarom blijft er voor ons niets over dan ons in gebed te wenden tot de Heere, zodat Hij in onze harten schrijft, wat er anders niet in komen kan.
Niemand kan het verstaan tenzij het gegeven is. Dat komt omdat ons hart zo vól is van de zonde, van ons eigen verderf, door onze eigen schuld, dat de woorden van eeuwig leven er niet binnen kunnen komen. Maar loop niet weg. Ga er mee naar Christus! Christus wil je nóg onderwijzen en je nóg laten zien wat Hij bedoelt. Hadden de mensen die hier weggelopen zijn, maar met Christus geworsteld! Dan had Hij hen nog meer onderwijs kunnen geven. Maar nu zij weg gaan, sluiten zij voor zichzelf voor eeuwig de weg af om te leren.
Wees er ook maar niet verbaasd over als het ook in jouw hart maar langzaam landen wil. Als je veel uit moet kijken naar de doorwerking van Gods Woord in je hart. Maar als je bij Hem blijft, blijft Hij spreken. Waar anders moet je zijn? Alleen bij Hem zijn woorden van eeuwig leven.
Ds. F.J. Bakker