
Iedere keer dat ze valt, merkt ze dat ze sterker opstaat, dankzij Hem
Alien (30) vertelt over haar jarenlange gevecht met psychische problematiek en anorexia
Een bibberend, onherkenbaar schepsel staat voor de deur van de woning van Klaas en Alie Weerstand. Met haar ruim 1.70 meter lengte en nog geen dertig kilogram, is ze letterlijk vel over bot en staat ze te beven op haar benen. Piekerige plukken haar, nog maar enkele tanden in de mond, een klein plastic zakje met spulletjes in de ene hand én een weegschaal met haar andere arm stevig tegen haar buik geklemd. Mag ik binnenkomen, fluistert ze, het is nauwelijks hoorbaar. De deur zwaait open, natuurlijk. Maar ook is er meteen die gedachte: waar zijn we aan begonnen...
Het contrast met de dame die nu op de bank in de woonkamer zit is, nauwelijks anderhalf jaar later, enorm. Een gezegende jonge vrouw, Hollands welvaren, lacht Klaas. Het levert hem een blik van Alien op, die moeilijk te peilen is, al lacht haar mond. Nu voorzien van een keurig gebit, overigens. Nóg zo'n verschil.
Het verhaal dat ze vertelt over haar leven is bitter schrijnend. Maar, zo verzekert ze na afloop van het interview, ik wíl het vertellen. Het donker was jarenlang zo ondoordringbaar voor Alien dat ze alle hoop en moed verloor. Toch schijnt er nu weer licht in haar leven. En die boodschap is belangrijk, ook al moet ze er diep voor gaan en is ze nog altijd ontzettend kwetsbaar. ,,Er is hoe dan ook licht. Als dat er voor mij was, is dat er ook voor anderen. En dat móéten ze weten.''
De psychische problemen waar Alien mee moet leven, draagt ze al ruim haar halve leven met zich mee. Nog maar twaalf jaar oud was ze toen ze begon met zelfbeschadiging. Een manier om pijn die ze mentaal voelde, met lichamelijke pijn te onderdrukken.
Natuurlijk wist ze dat het niet klopte. Die stem in haar hoofd bevestigde het: je bent fout, je bent slecht. Jij moet kapot. Het snijden wordt heftiger. Meerdere keren moeten Aliens wonden gehecht worden. Daarbij dient een volgend probleem zich aan: anorexia. De eetstoornis gaat haar leven beheersen, maar, en dat is wonderlijk, het geeft haar juist houvast, controle, over haar gewicht, over zichzelf.
In die puberjaren gaat Alien van opname naar opname. De situatie thuis is niet langer houdbaar - al zal ze dat haar ouderlijk gezin nooit aanrekenen, sterker nog: ,,Voor mijn moeder moet je een standbeeld oprichten. Ze was er altijd voor me, maakte niet uit hoe ver weg ik zat. Ook al heeft ze een hekel aan autorijden, ze kwam me telkens weer opzoeken.''
Ondanks alle medische inzet en pogingen om Alien te helpen met haar psychische problemen, escaleert de situatie keer op keer. Ernstige snijwonden, ontsnappingspogingen, suïcidale neigingen en tussendoor etenswaren en cosmetica zonder af te rekenen meenemen uit winkels. Het is de dwanggedachte die Alien tot waanzin drijft. Je moet kapot, je moet kapot, het klinkt als een mantra in haar hoofd.
Ze krijgt achtervolgingswaanbeelden, denkt dat de overheid achter haar aanzit. En dat gebeurt natuurlijk ook, wanneer ze de spulletjes in de winkels zonder te betalen meeneemt. Ze wordt vele malen betrapt, meegenomen door de politie en in een cel gezet. Vanwege haar psychische problemen, met een antischeurjas aan, zodat ze geen 'gekke dingen' kan gaan doen. IJskoud zijn die uren in de cel. Alien weegt bijna minder dan een veertje en de antischeurjas biedt weinig warmte en comfort.
Op Urk zetten ze je immers gewoon in het hokje knettergek, als ze dit soort verhalen over je horen?
Zo leeft Alien veertien jaar, van haar vijftiende tot haar negenentwintigste, in een voortdurende aaneenschakeling van incidenten en wordt het duister ín haar zelf groter en groter. Angsten, depressie, ze is niet meer te bereiken voor de mensen om haar heen. Af en toe komt ze nog wel op Urk, maar blijft er het liefst verre van. Op Urk zetten ze je immers gewoon in het hokje knettergek, als ze dit soort verhalen over je horen?
Ultieme pogingen worden ondernomen, tot separeercellen en elektroshocktherapie aan toe. Waarmee wordt gestopt, wanneer blijkt dat deze hevige ingrepen haar geheugen te veel aantasten. Nu, achteromkijkend, vraagt Alien zich geregeld af of ze wel de juiste hulp heeft gekregen. Verschillende ingrepen en therapieën hebben met de kennis van nu haar meer kwaad dan goed gedaan. Trauma heeft ze eraan overgehouden. Ze vindt het ontzettend moeilijk om dit deel van haar leed persoonlijk te verwerken. Toch kijkt Alien niet met wrok achterom. Ze heeft leren vergeven.
Waar ga ik heen na mijn dood?
Uitbehandeld. Dat is de conclusie vanuit de zorginstanties wanneer Alien uiteindelijk vel over bot, met nog maar een schamele 30 kilo op de weegschaal, op bed ligt. Lopen kan ze nauwelijks, praten gaat fluisterend en dan is er nog dat verleden met suïcidewens. Of ze de eer aan zichzelf wil houden en een zelfgekozen, maar vredige dood wil sterven, of opgenomen wil worden in een hospice voor de resterende dagen van haar leven, klinkt de vraag.
Een hospice dan maar. In de weken ervoor maakte Alien mee dat een medepatiënt overleed en vanuit een kerk werd begraven. Mooi lijkt haar dat, zou dat voor haar ook kunnen? In ieder geval niet als ze zelf voor een levenseinde kiest, denkt ze. En dan is daar ook nog dat grote angstbeeld: waar gaat ze heen na haar sterven?
'Mag ik vanuit jullie kerk worden begraven?'
In de hospice, waar het de bedoeling is dat ze binnen een daarvoor gestelde termijn overlijdt, zoekt ze contact met haar maot. Het is de dochter van Klaas en Alie Weerstand, vriendin en vroegere buurmeisje Bertine. Zíj heeft altijd de moeite genomen naar Alien om te zien. Ook als het voor haar onmogelijk was om zelfs maar te spreken.
Ze ziet hoe zwaar Alien het heeft, realiseert zich dat haar maot in die hospice ligt om te sterven, en vraagt aan Alien of haar voorganger bij haar langs mag komen. Ja, dat wil Alien wel, knikt ze. En al snel is geregeld dat Bert Boer vanuit de Vrije Baptistengemeente uit Emmeloord, aan het sterfbed van Alien staat. Ze verzamelt al haar kracht voor die ene vraag: mag ik vanuit jullie kerk worden begraven?
Die zondag roept voorganger Bert Boer zijn gemeente op om voor deze kwetsbare, maar onbekende vrouw, deze Alien te bidden. Een broeder gaat staan en vraagt: waarom doen we dat niet nu, hier meteen? We zijn nu allen bij elkaar. Zo geschiedt het.
Daags na die dienst gaat bij Klaas en Alie Weerstand de huistelefoon. Dat is gek, dat nummer wordt door niemand meer gebruikt, nu we allebei allang een mobiel hebben. Het is het enige telefoonnummer dat Alien nog weet, van vroeger. Net als die ene zin, die Alie vijftien jaar geleden tegen haar uitsprak: Alien, als je ooit in de problemen zit, weet dan: je kunt altijd bij ons terecht.
Nadat de voorganger die zondag afscheid van haar nam is in het door medicijnen en door uitputting benevelde brein het besef gekomen: nu ga ik echt dood. En dan? Kan ik de mensen om me heen dit wel aandoen? En wonderlijk genoeg komt meteen daarna de gedachte in Alien op: ik kan Alie bellen. Want dat heeft ze zelf tegen me gezegd.
Het tweede telefoontje dat in het huis van Klaas en Alie Weerstand volgt is zo mogelijk nog heftiger: de geneesheerdirecteur van de instelling waar Alien het laatst verbleef hangt aan de lijn. Of zij wel weten wat ze aan het doen zijn. Dat het strafbaar is om iemand te onttrekken aan zorg. Dat Alien inmiddels 'ontsnapt' is uit het hospice, vertelt Klaas, nu nog altijd aangeslagen. Klaas blijft kalm. Beredeneert dat Alien zélf contact heeft gezocht, en dat hun vroegere buurmeisje natuurlijk van harte welkom is om bij hen weer op krachten te komen - niet wetend in welke levensbedreigende toestand Alien zich op dat moment écht bevindt.
Op het moment dat Klaas en Alie denken dat Alien zich toch niet meer komt melden - ze is er die dinsdag immers nóg niet - gaat de bel. De Alien die aan de deur staat is een schim van het meisje dat ze kenden, en jaren geleden voor het laatst zagen. Het schokt hen. Ze leggen haar onmiddellijk in bed, waar Alien, na deze heftige reis met de taxi, meteen in een diepe slaap wegzakt.
En nu?
Echtpaar Weerstand herpakt zich. Hulptroepen inschakelen. De huisarts bellen. En hoe zit het eigenlijk met haar medicatie? Vanuit de hospice heeft Alien een voorraadje voor een dag meegenomen, dat vinden ze in dat plastic tasje. De apotheek schiet te hulp, probeert met man en macht overal de benodigde medicatie vandaan te halen. Bepaalde dosissen missen en dan in haar toestand, het kan Alien gemakkelijk fataal worden. Intussen kijkt Klaas af en toe bij Alien om een hoekje. Ze ademt nog.
Mede dankzij de hulp van huisarts Bloed en diëtist Marjolijn Bakker overleeft Alien die eerste heftige dagen en weken. Tegen alle verwachtingen in. Op papier en voor menselijke en medische begrippen had haar lichaam het allang op moeten geven.
Hoe kunnen we haar helpen?
Een paar weken van bijkomen, worden vele en intense maanden, waarbij Klaas en Alie regelmatig met de handen in het haar zitten. Hoe kunnen we deze jonge vrouw helpen? Ze zijn immers geen hulpverleners. Ze grijpen naar het enige dat ze te bieden hebben. Warmte, liefde, vanuit hun geloof. Klaas: ,,De liefde van God, die alle verstand te boven gaat.''
Vanaf het eerste moment is het voor de kinderen en 27 kleinkinderen van Klaas en Alie duidelijk: we hebben er een familielid bij. Alien, ondanks al haar fratsen en gekkigheden, is onderdeel van het gezin. Hoe vreemd dat soms ook is. Ze ligt erbij op het bankje in de kamer. Eten doet ze apart en op haar eigen manier. En tien tot vijftien keer per dag verdwijnt ze naar het toilet om datzelfde eten er weer uit te spugen. Wanneer Alien haar maaginhoud in de wc deponeert - 'dertig kilo, nou ja, als ze haar best doet wil ze er ook wel veertig van maken, is immers prima om mee te leven. Ze functioneert in eigen ogen redelijk, kan de wereld aan, en dikker, nee, dat mag echt niet gebeuren' - vouwen Klaas en Alie en eventuele andere tafelgenoten hun handen. Ze bidden voor Alien.
Het overgeven gaat Alien, tot haar eigen verbazing, steeds moeilijker af.
Bovendien wil ze Klaas en Alie niet teleurstellen. Zij kunnen haar immers gemakkelijk de deur wijzen, en wat moet ze dan? De liefde die ze van het echtpaar en de andere familieleden ontvangt probeert ze op haar manier terug te geven. Door toch haar best te doen wat binnen te houden, iets aan te komen, maar dan wel binnen de door haar anorexia gestelde grenzen.
Dus verzint ze smoezen. Geeft ze stiekem over, buiten de deur, op weg naar een oppasadresje.
Op wonderlijke wijze wéten Klaas en Alie het elke keer, al werkt ze haar daden nog zo geraffineerd weg. Ze confronteren haar ermee, maar zonder boos te worden, en altijd met die laatste zinnen: dit ligt in het verleden. We vergeven je. We kijken nu weer vooruit.
Natuurlijk escaleert het. Een paar keer staat de ambulance op de Rotholm voor de deur. Dan drukt Klaas de verpleegkundigen op het hart: ze mag mee, even op adem komen in het ziekenhuis, weer even opgelapt worden, maar daarna haal ik haar op. Het circuit van psychiatrische inrichtingen, dat gaat ze, als het aan Klaas en Alie ligt, niet meer in.
Iedere dag staat ze op de weegschaal
Na maanden van aanmodderen is Alien gegroeid tot veertig kilo mens. Iedere dag staat ze op de weegschaal. En na die overwinning, ziet ze haar gewicht iedere dag weer stukje bij beetje afnemen. Klaas en Alie zien het ook. Het drijft ze tot wanhoop.
Het korte ritje van de Rotholm naar de praktijk aan De Noord waar een bezoek aan de diëtist en huisarts gepland staan, neemt Klaas een rigoureus besluit. Zonder er over na te denken komt het eruit: dit kan zo niet langer. We hebben alles gedaan wat we kunnen, Alien. We kunnen niet meer. Als er nu geen oplossing komt, moet je gaan.
Het komt hard binnen. Klaas ziet het aan haar ogen. Ook bij de diëtist benadrukt Klaas er geen heil meer in te zien. Maar dan weet zij nog één oplossing. Al is het iets dat geen enkele anorexiapatiënt ooit vrijwillig zal willen ondergaan. Sondevoeding met een elektrische pomp. Vanuit de stoel naast Klaas klinkt een zacht maar vastberaden: ja, dat wil ik!
Alien wordt voorzien van een neussonde, de pomp wordt op haar lijf gehangen en elke dag moet er zo een liter voeding automatisch haar maag instromen. Want als het gewicht weer terugkomt tot boven de veertig kilo, zal Alien zelf gaan merken dat ze weer helderder kan nadenken. Haar overtuiging dat ze met 35 kilo de wereld wel aankan, is een waanbeeld, maar voor haar levensecht en voor de diëtist begrijpelijk: met dit gewicht kán ze gewoonweg niet helder en logisch nadenken.
Ook met de sondepomp beleven ze de nodige 'stunten'. Klaas en Alien kunnen er nu samen om lachen. Hoe ze pogingen ondernam om een deel van de voeding in de wc te dumpen, maar bij het weer aansluiten vergat de dop goed dicht te draaien. En dan met een onschuldig hoofd de kamer binnen kwam lopen, met een spoor van sondevoeding achter zich aan.
Of al die keren dat het apparaat 'zomaar ineens en natúúrlijk zonder reden' begon te piepen.
Het ligt nu achter hen. En dat is niet minder dan een groot wonder. Zo kijken Klaas, Alie en Alien naar het afgelopen jaar. Alien is op gezond gewicht. Gebruikt een fractie van de medicijnen waar ze van afhankelijk was - zelfs slapen lukt de laatste maanden wonder boven wonder zónder pillen. Ook kan ze haar grote passie, gymnastisch springen, weer uitvoeren - al is ze geschrokken van het verlies van kracht in haar lichaam.
De Herstelhuiskamer van Ut Leeger speelde een belangrijke rol in het 'weer mens worden'. Het was voor Alien een plek waar ze leerde 'ik ben niet alleen'. Ook op Urk kampen mensen met psychische problematiek, ook hier komt van verschillende kanten begrip en meeleven - de kaartjes die ik kreeg, zo ontzettend veel, zo bijzonder.
Alien helpt tegenwoordig als vrijwilliger mee bij Ut Leeger, zorgt dat de kachel aanstaat, de koffie is gezet. Ook helpt ze met koffieschenken in verpleeghuis Het Dok en doet ze speltherapie met de ouderen in De Hofstee.
Ze voelt zich thuis in de kerkelijke gemeente, legde begin dit jaar een gevoelig getuigenis af.
De band met haar ouderlijk gezin is aangehaald en goed - Alien drinkt graag een bekkien bij haar ouders, en geniet ervan dat ze op Urk zomaar bij een zus of broer langs kan gaan.
Voorzichtig worden nu gesprekken gevoerd over de toekomst - ,,Ik weet dat ik nog een weg te gaan heb, maar met de kracht van God zal het goedkomen.''
Een plekje voor Alien, waar ze zelfstandig, maar met begeleiding zou kunnen wonen. Een opleiding zelfs, misschien wel als ervaringsdeskundige, waarmee ze anderen zou kunnen helpen.
En dan is er nog dat ene grote onbegrijpelijke wonder. De overtuiging dat ook Alien, zélfs Alien, zich een kind van God mag noemen. Dat ze voelt hoe ze gedragen wordt. Dat iedere keer dat ze valt, ze merkt dat ze sterker opstaat. Dankzij Hem.
