
Het leven
opnieuw
ontvangen
De dagboeken van de intensive care liggen voor de 54-jarige Jos Kramer op tafel. Lange tijd heeft hij er geen woord uit gelezen; te confronterend. Bijna een jaar na het begin van zijn ziekte is Jos, als voorbereiding op dit gesprek, zich tóch gaan verdiepen in zijn periode in het ziekenhuis. Samen met zijn vrouw Annemarie vertelt hij nu over de turbulente tijd. Het is een verhaal over plotseling van de wereld zijn, heel dicht bij de dood komen én uiteindelijk weer opkrabbelen.
Zondag 3 december 2023. Een intens pijnlijke steek op de borst doet het lichaam van Jos samenkrimpen. Zo ineens als de pijn er was, zo snel is deze ook weer verdwenen. Jos voelt zich niet fit en heeft weinig energie. Gewoon wat grieperig, is zijn conclusie. ,,Het hoesten kwam er nog bij en zijn gezicht werd steeds grauwer’’, vertelt Annemarie. ,,Achteraf gezien waren dat tekenen dat er iets niet klopte.’’
Jos is namelijk nooit ziek. ,,Ik wist zelfs niet wie mijn huisarts was’’, lacht hij. In het dagelijks leven werkt hij met veel passie als inpakker bij Go Products in Nagele, een bedrijf in de uiensector. Hij maakt het liefst lange, productieve dagen. Rust nemen is nu echter het beste medicijn, is de gedachte, en Jos meldt zich ziek. ,,Ik dacht dat ik corona had en hield me rustig.’’ Na enkele dagen lijkt de vermoeidheid te zijn verminderd, en op vrijdag ervaart hij zijn conditie weer als goed genoeg. De werkkleding wordt aangetrokken voor een dag tussen de uien.
Als een pudding in elkaar
Het is zaterdag als het hele gezin Kramer zich heeft verzameld in de woning aan de Karel Doormanweg. Er wordt samen Sinterklaas gevierd. Het valt Annemarie op dat Jos niet zichzelf is. ,,Normaal praat hij over werk en houdt hij van een grapje. Nu zat hij er wel bij, maar werd steeds stiller.’’ De volgende morgen bezoeken ze als gezin de kerkdienst in hun gemeente, Hervormde Gemeente ‘De Bron’. Er wordt Heilig Avondmaal gevierd. ,,Na de dienst werd ik koud en voelde ik me niet fit’’, vertelt Jos. Hij blijft ’s middags thuis. Zoon Henrie en schoondochter Maria besluiten voor de zekerheid in de buurt te blijven. Annemarie neemt haar mobiele telefoon mee naar de kerk. Wat als er toch iets gebeurt?
Die nacht slaapt Annemarie minder goed dan anders. Rond 03.45 uur wordt ze wakker en hoort ze een raar geluid. Jos ligt op zijn rug. Annemarie stoot hem aan. ,,lk vroeg hem wat hij aan het doen was.’’ Jos gaat op de rand van het bed zitten, maar zakt ineens als een pudding in elkaar. ,,Ik dacht: dit is foute boel’’, zegt Annemarie. Jos krabbelt telkens weer op en blijft maar pogingen doen om te lopen. ,,Hij was totaal gedesoriënteerd en knalde op een bepaald moment met zijn hoofd op het kozijn.’’ De drie nog thuis wonende kinderen horen dit, en komen bezorgd poolshoogte nemen.
Ze houden hun vader in de gaten, terwijl Annemarie naar beneden rent voor haar mobiele telefoon. Ze wil 112 bellen, maar ziet tot haar schrik dat de batterij leeg is. Jos blijft maar wegvallen. Als Annemarie de alarmcentrale aan de lijn heeft, krijgt ze de instructie om haar man overeind te tillen en tegen de muur te zetten. Ze wachten in spanning af tot de hulpdiensten gearriveerd zijn.
Het ondenkbare scenario
Het gezin woont in een arbeiderswoning en er loopt een geasfalteerde weg naar de achterkant van het huis. Maar het ondenkbare scenario vindt plaats: de ambulance rijdt zich klem. ,,De hulpverleners konden geen kant op, want de deuren waren geblokkeerd door de heggen aan beide zijden. Ze hebben zeker tien tot vijftien minuten vastgestaan’’, zegt Annemarie met nog steeds verbijstering in haar stem.
Terwijl Annemarie het hulpverlenend personeel probeert op te vangen en zich ernstig zorgen maakt over haar man - ‘ik dacht dat hij dood zou gaan’ - zit dochter Lydia boven bij haar vader. Jos is soms bij en vraagt waar hij is. Lydia probeert rustig te blijven, haar vader te kalmeren en bidt ter plekke, voor uitkomst.
Als de hulpverlening eindelijk ter plekke is, worden hartritmestoornissen ontdekt. Met een defibrillator wordt geprobeerd zijn hartritme te herstellen. Het heeft onvoldoende effect, Jos moet mee naar het ziekenhuis. Hij weet zelf nog lopend de trap af te komen.
Leven aan een zijden draadje
In de ambulance worden nogmaals schokken toegediend, terwijl Jos naar het Isalaziekenhuis in Zwolle wordt vervoerd. De situatie lijkt na reanimatie stabiel. Het is 08.00 uur als Annemarie bij Jos op de IC-kamer is. De schrik zit er nog goed in. Er wordt snel gereageerd als Jos plots weer dezelfde klachten krijgt als in de afgelopen nacht. Artsen en verpleegkundigen snellen de kamer binnen. De cyclus van het toedienen van schokken en het herstellen van het hartritme begint weer opnieuw. ,,Ik kon het niet meer aanzien en aanhoren’’, vertelt Annemarie. ,,Het gebeurde niet één keer, maar vier keer achter elkaar.’’
Drie kwartier lang is het medisch personeel bezig om Jos stabiel te krijgen. Jos beseft dat zijn leven aan een zijden draadje hangt: ,,Ik voelde het leven uit me weggaan.’’ Hulpzoekend kijkt hij Annemarie aan: ,,Hij vroeg plots of het bloed van Jezus wel genoeg voor hem was. ‘Christus is genoeg’ was mijn antwoord.’’
Na de vierde keer schokken toedienen en reanimeren wordt besloten Jos in slaap te brengen. ,,Het zou anders te traumatisch voor hem zijn.’’ Nu Jos in slaap is, maakt de arts een echo van zijn hart. Langzaam maar zeker wordt er iets meer bekend over zijn medische situatie. Er wordt geconstateerd dat Jos op die bewuste zondag 3 december een licht hartinfarct heeft gehad. Zijn hartconditie ging vervolgens steeds verder achteruit.
Een ingrijpend besluit
Annemarie is bezorgd. ,,De arts was na de echo optimistisch, maar ik zat er ook bij toen hij overlegde met zijn collega-arts. En zijn antwoord naar hem was absoluut niet positief.’’ Maar Jos is stabiel genoeg, en Annemarie gaat naar huis voor de nacht.
Het is 04.30 uur als Annemarie wakker wordt gebeld. Alweer zijn ze Jos aan het reanimeren en een klemmend verzoek volgt: ,,Of we nu gelijk wilden komen. Je staat op dat moment al in de overlevingsstand. Het was heel bijzonder, op dat moment hing er een soort rust over ons heen.’’
Bij aankomst zijn de artsen druk bezig om Jos in leven te houden. Door de vele schokken en reanimaties wordt er besloten om hem aan de hartlongmachine te leggen. Dit om zijn hart en lijf rust te geven. Na uren wachten komt de arts en vertelt dat er meer dan vijftig schokken en vele reanimaties nodig waren geweest om de hartlongmachine aan te sluiten. ,,Toen dit uiteindelijk gelukt was, werd er een ablatie in het hart uitgevoerd om de prikkel weg te nemen. De arts legde uit dat er verder niets meer gedaan kon worden. We konden alleen maar afwachten, hopen en bidden.’’ Er is op dat moment geen licht aan het eind van de tunnel voor gezin Kramer. ,,We hebben familie en vrienden opgeroepen om afscheid te komen nemen van Jos.’’
Het afscheid
Het gezin Kramer is op dat moment al compleet. Ze staan met z’n tienen om het bed van hun vader, schoonvader en echtgenoot heen. Ze zijn sprakeloos van verdriet en onbegrip. ,,Alles wat je nog had willen zeggen, is dan eigenlijk te laat’’, vertelt Annemarie. Dan stapt zoon William uit de kring. Hij begint te zingen: ‘Een toekomst vol van hoop’ van Sela, terwijl hij rondjes loopt door de kamer. De belofte van dié toekomst brengt troost.
Jos is in slaap, maar lijkt toch iets van zijn omgeving op te merken. ,,Het was alsof hij op ons reageerde, hij schudde met zijn hoofd. Volgens de arts was dit uit een impuls.’’ Niet veel later wordt Jos in een diepere slaap gebracht. Familieleden en maos komen langs om afscheid te nemen. Om beurten gaan ze de kamer binnen.
Dat meeleven ervaart het gezin van Jos als overweldigend. Maaltijden en lekkernijen worden meegenomen, een arm wordt om ze heengeslagen; massaal wordt er om hen heen gestaan. Nadat iedereen bij Jos langs is geweest, blijven Henrie en Maria die nacht in het ziekenhuis. Annemarie wordt door de verpleging naar huis gestuurd. Als haar echtgenoot het zou overleven, zou het een lange weg worden. ,,De boodschap was duidelijk. Ik moest naar huis, rust nemen, opladen.’’
Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Annemarie: ,,Ik was de begrafenis van mijn man al aan het plannen in m’n hoofd.’’ Allerlei vragen komen in haar op. Heeft ze wel genoeg koffie thuis? Met welke Bijbeltekst wordt haar man straks begraven? En waar moet de kist staan? ,,Als de dood komt, sta je met lege handen. Alles valt weg. Aan de ene kant dacht ik: hij móét beter worden. Maar wie ben ik om dat te zeggen? Als de Heere maar bij ons blijft, dan kunnen we bergen verzetten. Wat de uitkomst ook is. Het wordt niet makkelijk, maar we doen het niet alleen. En mensen bidden voor je. Dat draagt je.’’
Ook in het ziekenhuis wordt er voor Jos en zijn gezin gebeden. De geestelijk verzorger bidt mee. ,,Dat was heel fijn'', aldus Annemarie. ,,Op een gegeven moment weet je namelijk zelf ook even niet meer wat je moet bidden.''
Moeilijke keuzes maken
De conditie van Jos wordt stabiel, lijkt het. Maar dan komt de volgende klap. ,,Er kwam schimmel in zijn longen door het vocht, daardoor kreeg hij koorts. Zijn buik liep vol met vocht en er ontstonden ontstekingen.’’
Annemarie moet intussen moeilijke keuzes maken. Haast onmogelijk, met hart en gedachten bij haar man die voor zijn leven vecht. ,,Ik had nog maar net mijn eigen praktijk geopend voor psychosociale therapie. Wat te doen? Op dat moment had ik namelijk al een klantenkring. Ga ik door en op wat voor manier, met alle zorgen? Ik vroeg me af: zou de Heere hier iets mee willen zeggen? Ik kwam na een lange dag uit het ziekenhuis thuis en dacht: ik zal het er eens met Jos over hebben.'' Dat hakte er in. ,,Al snel kwam het besef, dat kan helemaal niet.''

