
Zegeningen tellen,
één voor één
Mark (26) en Edi (23) Hoefnagel-Visser kijken voorzichtig vooruit
De vingers van zijn linkerhand krijgt hij niet recht. Zijn twee benen zijn gestoken in spalken, die ervoor zorgen dat zijn voeten in de juiste hoek blijven staan. Op die manier kan hij wat in zijn eigen huis scharrelen, lukt het om de trap naar boven te nemen, en, heel fijn, Mark kan zichzelf aankleden, al kost dat flink meer tijd dan voorheen. Nog maar 112 dagen is het sinds ze hem meer dood dan levend onder het puin van het ingestorte hotel in het Duitse Kröv haalden. Hij zit thuis en telt zijn zegeningen. Eén voor één. De belangrijkste: hij kan weer man en vader zijn. Peuter Jamie (2) stuitert over de bank en springt, als om dat te bevestigen, op zijn vaders rug. Waar een pijnlijk ineenkrimpen verwacht wordt, volgt een glimlach. Een gerichte graai naar achteren met zijn goede arm, en een dikke knuffel.
Het is een gesprek over voorzichtig vooruit kijken. Niet te ver. Want elke dag heeft genoeg aan zijn eigen zorgen. Maar vooral de zon weer zien schijnen. Ondanks dat er voor de wandelwagen van Jamie, nu een scootmobiel voor zijn vader in de gang van hun woning in Emmeloord staat.
Nog maar drie weken geleden nam Mark afscheid van het revalidatiecentrum in het Friese Beetsterzwaag. En hoe. Samen met de leden van zijn band Or Dan bracht hij er die laatste periode meerdere jamsessies ten gehore. Keyboardspelen, het bleek te kunnen met één werkende hand, en één vinger van zijn beperkte linkerarm. Een schril contrast met hoe hij op een brancard werd binnengedragen.
Het is niet alleen zijn lichamelijke vooruitgang, waar Mark met voldoening op terugkijkt, het zijn vooral de mensen die hij daar heeft ontmoet. ,,Zoveel bijzondere ontmoetingen en gesprekken. En telkens weer bleek, dankzij de Here, dat kerkmuren niet tellen. Dat geloof in God dat alles overstijgt.'' Met een glimlach: ,,Neem nou Jan Kramer. Ik zat aan de eettafel en hoorde ineens achter me een uitroep: dát is ok een Urreker. Zo fijn om weer gewoon in het Urkers met iemand te kunnen praten. We hebben, hoewel we kerkelijk een heel andere achtergrond hebben, zoveel waardevolle échte gesprekken gevoerd. Het raakte wederzijds.''
Met het instorten van het Duitse hotel barstte een mediastorm los
Zijn echtgenote Edi schenkt koffie en thee, knuffelt Jamie, en vult Mark af en toe aan. Het is het verhaal van hen samen. Het is hun leven samen: van de ellendige rollercoaster van uren en later dagen tussen hoop en vrees: komt Mark hierdoor? Hóe komt Mark hierdoor? En hoe moet het nu met Jamie, mezelf en het leven dat nog maar zo pril in mijn buik groeit?
Naar blijde momenten van vooruitgang, herstel - al is het nog in beperkte mate - en hoop voor de toekomst. Maar ook: ineens mantelzorger zijn van je eigen man. Hem naar het toilet helpen. Zijn machteloosheid zien. Hulp moeten vragen. Het heeft hun relatie, en die met hun familie en vrienden, verder verdiept.
Het is een rustige week voor het echtpaar Hoefnagel. Rustig omdat er deze week weinig interviews, geen fotosessies en filmopnames gepland staan. Met het instorten van het Duitse hotel barstte een mediastorm los. De beelden van dreumes Jamie in zijn slaapzakje en even later zijn moeder Edi, in de armen van een sterke reddingswerker, die hen uiterst behoedzaam over de pijnhopen tilt, gaan viraal.
De glimlach op de lippen van Edi verraadden op die beelden niet hoe ze zich werkelijk voelt. Nét daarvoor smeekte ze de reddingswerkers eerst haar man, haar Mark te redden. Hij overleeft het anders niet, heeft het zo vreselijk zwaar. Het duurt dan nog uren voordat ook Mark, die in een lichaamsverwoestende beknelling vastzit, bevrijd wordt.
Nog geen 24 uur later staat Edi buiten het Duitse ziekenhuis een naar het rampgebied afgereisde verslaggever van de Telegraaf te woord. Kom maar hoor, wil je me wat vragen?
Het blijft niet bij dat ene interview. In de afgelopen maanden passeerden ontelbare gesprekken met onder andere de NOS, de Vriendin, Hart voor Nederland en zelfs opnames voor een tv-programma in Duitsland. ,,En dan hebben we dus niet overál ja op gezegd.'' Niettemin is het een bewuste keuze om de media, waar dat kan, te woord te staan. Het is immers ook een kans. Om de kracht van het geloven in de Levende God te delen. En Urk in het licht te zetten. Het dorp waar beiden geboren en getogen zijn, en waarvandaan ze zo ontzettend veel steun hebben ontvangen, en nog.
Maar het kost ook bergen energie. Steeds weer je verhaal te vertellen, opnieuw poseren voor een klikkende camera, met een jengelende dreumes rond je benen die er állang geen zin meer in heeft. Mark: ,,Als ik niet zou weten dat we met deze interviews een groot bereik hebben in Nederland én daarbuiten, dan zou ik er niet aan beginnen.''
Dat het bereik enorm is, blijkt ook uit de honderdduizenden berichten en steunbetuigingen die het jonge gezin krijgt via sociale media. ,,Ons verhaal raakt mensen. Onze God raakt mensen.''
Dat verhaal vertellen vindt echtpaar Hoefnagel belangrijk. Het is ook één van de eerste dingen die Mark op zijn lijstje heeft staan om te doen, begin volgend jaar. Een avond organiseren in de Morgenster, met muziek én zijn persoonlijke getuigenis. Letter voor letter spelde hij, net uit zijn kunstmatige slaap, het woord Opwekking. Hij wil muziek luisteren, concludeerden zijn vader Auke en Edi, die naast zijn bed stonden. Maar hij bedoelde vooral de opwekking van zichzelf. Zó voelde het voor hem, bevrijd zijn uit de dood, uit dat donkere hol. En dat hij daarbuiten zijn vrouw en kind vond. Dat ze alle drie gespaard zijn gebleven. Er was voor Mark alleen maar ruimte om te danken.
Letter voor letter spelde Mark, net ontwaakt uit zijn
kunstmatige slaap,
het woord opwekking
De hardste klap komt echter weken na de redding. Niet de pijnlijke operaties. Niet de angst. Niet de gruwelijke zenuwpijn. Niet het teruggeworpen zijn op zichzelf. Niet de harde werkelijkheid van als baby verzorgd te moeten worden.
Nee.
Het waren de angstogen van Edi, omdat ze ineens enorme hoeveelheden bloed verloor. De grond zakte hen onder de voeten weg. Edi moest liggen, zijn revalidatiebed was vrij, hij zat al in zijn rolstoel. Toen ze in goede handen was, maakte Mark dat hij zijn kamertje uitkwam. Zo goed en zo kwaad als dat ging naar beneden, naar de meditatieruimte. Nee, Here, niet ons kindje. Uw belofte van leven voor ons! Zijn hart schreeuwde het uit. Daarna werd het donker in zijn binnenste. Hij kon niet meer.
Het is uren later als Edi hem, wonder boven wonder, een echo kan laten zien van een levend kindje. Hún levende kindje. Hoe dan? Het ontstaan van de hematoom blijft een raadsel, maar lost in de weken die volgen verder op. Iedere echo weer zien ze een kloppend hartje. Half april verwachten ze hun kindje in de armen te sluiten.
Het leven neemt zoetjesaan zijn gewone gang.
Hoewel, wat is gewoon? Mark telt zijn zegeningen.
Eén voor één.