
Stornoway,
het tweede Urk?!
Meindert Kramer is een nachtuil. Na een drukke avond in zijn horecazaak De Bolder, komt hij thuis graag even tot rust. Dat hij in de vroege ochtend van 15 december 2023 op de Wikipediapagina van het Schotse stadje Stornoway belandde, is daarom helemaal niet zo vreemd als het misschien klinkt.
Om 1.36 uur die nacht plaatste Meindert een link naar het Wikipedialemma ‘Stornoway’ in de appgroep die hij deelt met Urkerlandcolumnisten Jan van den Berg, Jelle Bakker en Willem. In een screenshot omcirkelde hij de volgende tekst: ‘De vissersplaats wordt wel met Urk vergeleken’. Daar weer onder één woord van Meindert: ‘Verhaal?’
De andere leden van de appgroep fantaseerden er de volgende ochtend meteen druk op los. De overeenkomsten met de afgelegen Schotse plek leken legio. Kerk, vis, eiland, eigen taal. Het woord ‘Vriendschapsbanden’ viel al snel. Maar in de dagen erna namen allerlei andere thema’s de app over. Het ging over een aangekondigd protest van Marokkaanse Nederlanders op Urk, de opbrengsten van de diverse dankdagcollectes en nog veel meer. Totdat Jelle op 10 januari
een serieus voorstel in de groep gooide: zullen we in de
herfstvakantie naar Stornoway gaan en een reportage
maken voor in de kerstkrant? De eerste reactie kwam
van Jannie, de vrouw van Willem: ‘Niem um ok gauw mie!’ En zo was de knoop al snel doorgehakt: we gaan!
Gesticht door Vikingen
Stornoway is de hoofdplaats van Lewis and Harris, een eiland dat qua oppervlakte bijna zo groot is als Flevoland. Het behoort tot de Buiten-Hebriden, de noordwestelijkste eilandenketen voor de kust van Schotland.
Met ongeveer 7.000 inwoners is het veruit de grootste plaats op het eiland en vervult het een centrale functie, met een haven, een vliegveld, winkels en horeca.
De geschiedenis van Stornoway gaat nog iets verder terug dan die van Urk. In het begin van de negende eeuw ontstond er een nederzetting van Vikingen. Op het eiland zijn sporen van nog veel eerdere bewoning te vinden.
Van oudsher was het vooral de MacLeod-clan die de stad en omgeving bewoonde. Het gebied werd eigendom van een graaf en in 1844 verkocht aan James Matheson, die een fortuin had verdiend met de handel in opium in Azië. Hij liet een kasteel bouwen dat nog steeds een publiekstrekker is in Stornoway. Een nazaat verkocht Stornoway in 1918 aan een burggraaf. Deze William Lever werd rijk van onder andere de productie van de bekende Sunlight-zeep en was een grondlegger van Unilever. Voor Stornoway had hij zeer ambitieuze plannen. Hij wilde er een enorme visindustrie opzetten. Door de afgelegenheid van het eiland, weerstand van bevolking én de strenge zondagsrust, kwamen zijn plannen nooit van de grond. Uiteindelijk werd de bevolking van Stornoway eigen baas.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het vliegveld de basis voor de strijd tegen Duitse onderzeeërs. Tijdens de Koude Oorlog maakte de NAVO beperkt gebruik van de faciliteiten. Nu vormt het vliegveld een snelle verbinding met het vasteland: in een uur vlieg je naar Glasgow of Edinburgh, de twee grootste steden van Schotland. Met de ferry en de auto kost die reis een uur of acht.
Gebleven op zee: de rampzalige Eerste Wereldoorlog
De haat-liefdeverhouding die Urk met de zee heeft, komt de bevolking van Stornoway zeer bekend voor. Ook wordt getreurd om vele mannen. Het eiland kent diverse vissersmonumenten, maar de belangrijkste gedenkplaats is die van de oorlogsslachtoffers. Stornoway en omgeving kregen de grootste klap te verduren toen de Eerste Wereldoorlog al was afgelopen.
Het ging mis in de nacht van oud en nieuw, op de drempel van 1919. Tussen de 6.200 en 7.000 mannen van het eiland waren in de periode 1914-1918 opgeroepen om namens Groot-Brittannië te vechten op het Europese vasteland. Toen op 11 november 1918 de vrede werd getekend, bleek ongeveer één op de zeven van de opgeroepen mannen te zijn omgekomen. Toen moest de fatale nacht nog komen. Een deel van de eilanders had de oorlog trouwens doorgebracht in een interneringskamp in Groningen. Ze waren in 1914 de Nederlandse grens overgestoken, nadat ze in België ingesloten raakten door de oprukkende Duitse troepen. In dezelfde periode bevond zich ook op Urk een interneringskamp voor buitenlandse militairen die in het neutrale Nederland terechtkwamen. Op het ‘Duivelseiland’ zaten voor zover bekend geen mannen uit Stornoway.
Zo’n driehonderd militairen waren in de fatale nacht op weg naar huis. De meeste van hen maakten de oversteek aan boord van de Iolaire, een schip dat speciaal voor deze gelegenheid was ingehuurd. In slecht weer werd in de baai van Stornoway een navigatiefout gemaakt, waardoor het schip op de rotsen liep, kapseisde en zonk. Een zestigtal mannen kon gered worden, onder andere door de inzet van een man die een lijn wist te spannen tussen land en schip. Maar door de enorme golven kwamen in elk geval 201 mannen deze nacht om het leven. Van 56 slachtoffers werd het lichaam nooit gevonden.
De oorlogsslachtoffers worden herdacht met diverse monumenten. Elk dorp heeft een eigen plek en op een heuvel bij Stornoway staat een sobere toren, naast een cirkel met naamplaten van slachtoffers van het eiland. Vlak bij de plek waar de Iolaire verging, is ook een monument geplaatst. Op de plek waar dat schip in de haven had moeten aanmeren, is met een serie palen de vorm van een schip gemaakt. Voor elke opvarende één paal. Lange tijd werd in Stornoway amper gesproken over de vele jongemannen die niet thuis gekomen waren, maar inmiddels zijn de herinneringen aan die tijd overal te zien.
Catriona Murray
De 49-jarige Catriona Murray geeft al 22 jaar les op de universiteit van Stornoway. Geschiedenis en de eigen taal, Gaelic, zijn haar specialiteiten.
De school was oorspronkelijk een maritieme school, waar met name jongens werden opgeleid voor de scheepvaart. Na een fusie is de school nu onderdeel van de University of the Highlands and the Islands (UHI).
Met ruim zestig collega’s leidt Murray jongeren op voor een breed scala aan beroepen, van kapster tot filosoof.
,,Ik kom hier vandaan en mijn familie woont hier. Ik heb nooit een reden gehad om te vertrekken. Ik heb misschien comfort boven ambitie verkozen. Dit is de plek waar ik bewust ben van cultuur en taal. Een gevoel dat lastig is uit te leggen. Het is ‘better felt than telt’', zegt Murray.
,,De taal hoort voor mij sterk bij de cultuur. In de loop der tijd zijn er veel pogingen gedaan om die uit te wissen. Men sprak van het ‘Highlandprobleem’. Maar de cultuur blijkt sterk, zo sterk dat mensen die in het verleden geëmigreerd zijn naar Canada, allerlei elementen bewaard hebben. Een grappig voorbeeld is een bepaalde manier van dansen. Die was op Lewis and Harris uiteindelijk verdwenen, maar in Canada bewaard gebleven. Nazaten van emigranten zijn op een gegeven moment naar ons eiland gekomen om die dans weer aan ons te leren.”
De oudste bewonerssporen op Lewis and Harris zijn zo’n vijfduizend jaar oud, grofweg de tijd van de hunebedden. Toch geeft Catriona vooral les over de laatste eeuwen: ,,We weten over die oude geschiedenis gewoon heel erg weinig. Er zijn amper bronnen bewaard gebleven. Het gaat dus vooral over de laatste eeuwen en daarover is al meer dan genoeg te zeggen. Al was het alleen maar omdat er lange tijd geen aandacht was voor onze eigen geschiedenis. Op school leek het soms net alsof onze geschiedenis begon toen we bij Engeland gingen horen. Er was geen enkele aandacht voor de periode dat we sterk en zelfstandig waren.”
James Maciver
Het is een bijzondere zondag voor oud-predikant James Maciver (70). In de Free Church van Stornoway mag hij ’s ochtends een achterkleinkind dopen, in een dienst die geleid wordt door een ouderling.
Maciver nam eerder dit jaar afscheid van de gemeente in Stornoway, de plaats waar hij ook geboren werd. Het is de grootste kerk van het eiland, met op zondag zo’n 250 bezoekers.
Hij volgde in eerste instantie een landbouwkundige studie, totdat hij toch de theologische studie oppakte. In 1987 werd hij predikant in East Kilbride, ten zuiden van Glasgow. Tien jaar later werd hij teruggeroepen naar het eiland, waar hij 19 jaar lang de gemeente van het dorpje Knock diende. In 2016 volgde Stornoway. Hij preekte zowel in het Engels als in het Gaelic.
Maciver beaamt dat het eiland sterk religieus is: ,,Maar het loopt wel degelijk terug. En de oppositie tegen de rol van de kerk is er zeker en die laat van zich horen."
Toch blijft een groot deel van de bevolking verbonden met de kerk, kerkganger of niet. In acht jaar tijd leidde hij 280 begrafenissen, waarvan een aanzienlijk deel van niet-kerkgangers.
Was het er goed van de kost?
Net als Urk is Stornoway trots op de eigen culinaire prestaties. Het niveau van de lokale restaurants die aangedaan werden, was zonder uitzondering meer dan goed. Een lokaal geproduceerd bier werd helaas niet aangetroffen, maar de op het eiland geproduceerde Hearach Single Malt was licht rokerig en zeer zacht. De Stornoway black pudding kreeg van de EU zelfs een beschermde geografische aanduiding. Daarin staat dat deze worstsoort gemaakt moet zijn van rundervet, havermout, ui en maximaal 26% bloed. Andere beroemde smakelijkheden zijn de warmgerookte zalm en de kipper, waaronder in Stornoway opengeklapte, koudgerookte haring wordt verstaan. De Urker delegatie zette zich aan de taak om deze lokale producten te testen. Het resultaat was het besef dat we de lat op Urk een paar treetjes hoger hebben liggen. De kipper wint het niet van Nederlandse supermarktharing, de zalm werd zo mondjesmaat verkocht dat we er niet aan konden komen. En de black pudding? Die proefde precies zoals je vreest: naar oud bloed.




