n Een oud-visser aan de slag op de havenkade.
n Een oud-visser aan de slag op de havenkade.

Stornoway en de zee: een veelzijdige relatie

Na vis komen drommen toeristen én de wind


Stornoway ligt op een eiland. Net als andere eilanden - of voormalige eilanden - betekent dit dat ook Stornoway een diepgaande relatie heeft met de zee. Het is een relatie die de laatste jaren wel aan het veranderen is. Zo groeide Macduff Shellfish - bekend van de verwerking van langoustines - nog wel van 300 naar 600 ton verwerking in vier jaar tijd. En ook is de ‘aquaculture’ voor met name kweekzalm een bron van inkomsten en werkgelegenheid. En wie zich ‘s avonds rond zeven uur op de haven begeeft, herkent een bedrijvigheid met lossende kottertjes, die voor de Urker haven al in een ver verleden ligt.

 

Maar schijn bedriegt, voor het echte verhaal en de relatie met de zee moet de nieuwsgierige haventoerist iets verder lopen. Aan de overkant van de haven ligt namelijk een fonkelnieuwe ‘deep-water terminal’. Hier worden geen langoustines of zalm aangevoerd. Maar toeristen. En het liefst toeristen met diepe zakken. Stornoway is een groeiende en gewillige aanlandplek voor rijke cruisetoeristen, die een of twee dagen het eiland aandoen en met een kek Harris-tweed jasje de haven weer uitvaren. En Stornoway zet hier met deze nieuwe terminal flink op in. Deze nieuwe terminal moet nóg meer en nóg grotere schepen kunnen doen aanlanden. Toerisme is kassa.

Anders dan Urk is Stornoway slechts de aanlandplek. Het eiland Lewis and Harris - waar Stornoway de grootste stad is - is nog groot en leeg genoeg om heel veel toeristen te kunnen bergen. Zo zou je kunnen denken. Toch zijn er ook andere geluiden vanuit de bevolking. Toerisme is niet voor iedereen het nieuwe goud.

Het ‘tourist-info’-kantoor op de haven van Stornoway werd een paar maanden geleden permanent gesloten. Want de moderne toerist heeft geen kantoor meer nodig. Een app is genoeg. Met name in de zomermaanden wordt Stornoway overspoeld door toeristen, niet alleen van de cruiseschepen, maar ook van het vasteland. En die laatste groep zorgt ervoor dat de beperkte betaalbare woningen in rap tempo Airbnb-woningen worden. Of als tweede vakantiewoning opgekocht worden door rijke vastelanders. En zo wordt de reeds slinkende voorraad woningen verder beperkt en worden de huizenprijzen verder omhooggedreven voor de lokale bevolking.


Wind is goud

Toch is het niet alleen toerisme waar de overheid op mikt. Het andere soort goud dat rijkelijk aanwezig is op het eiland is wind. Met zware subsidies van de Schotse overheid worden er diverse projecten uit de grond gestampt om grote windparken op land en voor de kust te bouwen. De ‘renewables’ als het andere goud. En de bewoners die in de buurt wonen van deze parken worden gepaaid met kortingsvouchers. Inzetten op ‘renewables’ is nodig voor de werkgelegenheid en om zo de jeugd iets te bieden te hebben, zo meent de burgemeester. Want met deze projecten komen honderden nieuwe banen in het vizier.

Voor dit doel worden de plannen gemaakt voor de zgn. ‘interconnector’. Een dikke pijplijn die 1.8GW aan windenergie naar het vasteland gaat vervoeren. Het heeft iets treffends, alles wat waarde heeft moet of gaat uiteindelijk het eiland af.


De jeugd wil snel weg uit Stornoway, maar niemand komt écht los van het eiland


Op straat klinkt gejoel en gelach van jeugd. Het zijn herkenbare geluiden voor iedereen die weleens in de Torenstraat is geweest op zaterdagavond. Want ook hier - aan het einde van de wereld - op Stornoway is het zaterdagavond.

Stornoway kent een uitgaansleven dat past bij het formaat van het stadje. Want net als op Urk ligt er ook hier slechts een handjevol kroegen in een straal van enkele tientallen meters. Kroegen die de hele avond hetzelfde uitgaanspubliek met elkaar uitwisselen. Er is minder jeugd dan op Urk - veel minder - en wat er is, lijkt hier te zitten. 

Veel meer mogelijkheden zijn er niet, alhoewel het thuis indrinken - net als op Urk - ook hier aan populariteit lijkt te winnen. Een verschil met Urk is dat de kroegen bevolkt worden door een meer divers publiek. Zo kun je in de McNeill’s - de Wabu van Stornoway - op zaterdagavond de vrijgezelle jeugd tussen de pensionado's treffen. Iedereen zoekt hetzelfde. Gezelschap en afleiding. 

Twee neven vertellen in McNeill’s over hun zaterdagavond. Het zijn twintigers. Een is getrouwd en zijn vrouw en kind zijn thuis, terwijl hij met zijn neef een welbekend rondje langs de kroegen doet. Hij werd geboren in Stornoway, groeide op in Qatar, en studeerde en werkte in London, maar toen het eerste kind zich aandiende, trok het oude eiland toch weer.

Het is niet een ongebruikelijk verhaal voor Stornoway. Het eiland heeft de jeugd immers niet veel te bieden, of het nou gaat om opleiding, werkgelegenheid of uitgaan. En iedereen wil het liefst zo snel mogelijk het eiland af. Spreek een willekeurige groep tieners aan op straat, en ze zullen allemaal hetzelfde antwoord geven op de vraag: wat ga je doen als je 18 bent. 'Leave!', is steevast het antwoord. Het gras is groener aan de wal. De wereld is groter dan Stornoway. Maar toch, zelfs Qatar of London kunnen uiteindelijk de gedachte aan Stornoway niet uitwissen. Iets dat Urkers goed begrijpen.


De visserij is een schim van het verleden, maar bloeit wel


Ooit was Stornoway het centrum van haringvangst en -verwerking. Tegenwoordig is de plek veel minder van belang voor de visserij. De vissers die overbleven, verdienen echter goed aan de langoustines, die ze dicht bij huis kunnen vangen.


De haven ademt nog steeds visserij, met opgeslagen netten, stapels viskistenmonumenten, oud-vissers die netten staan te boeten, het gebouw, met winkel, van de visserijcoöperatie en de kleine visafslag, waar 's avonds de dagvangsten worden aangevoerd.

In de jaren vijftig van de negentiende eeuw begonnen de gouden tijden voor Stornoway. In de zomermaanden verdriedubbelde het aantal inwoners naar zo’n negenduizend. Naast vissers ging het om een heel leger aan visverwerkers, die de haring kaakten en verpakten. Ook het roken zorgde voor veel werkgelegenheid. De kippers van Stornoway waren geliefd, vooral elders in het Verenigd Koninkrijk. Een groot deel van de haring ging, licht gezouten, in vaten naar met name Duitsland, Rusland en de Baltische Staten.

Een verslaggever meldde op een zondag in 1899 dat er niet minder dan 930 schepen in de haven lagen. De Eerste Wereldoorlog betekende een grote klap voor Stornoway als haringcentrum. De Tweede Wereldoorlog vormde daarvan het definitieve einde. De handel stortte in; mannen moesten naar het front.

Een fraai monument op de havenkade herinnert nog aan de gouden haringjaren. Het is een van de herring girls, die op de haven de vers aangevoerde haring kaakten. Een werkje waarmee ze in de haringtijd zes dagen per week, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat bezig waren. De reden dat Stornoway relatief vroeg gaslampen kreeg, was zodat de meiden meer uren per etmaal konden werken.

Het werk was uiterst zwaar. De meiden werkten in groepjes van drie rondom een te vullen vaatje. Ze omzwachtelden hun handen, maar de scherpe messen, waarmee ze in razend tempo werkten, zorgden zo nu en dan toch voor sneeën, die in de zoute pekel extra pijnlijk waren. Als de drukte in Stornoway voorbij was, trokken de meiden de haringvloot achterna en gingen ze aan de slag aan de oostkust of op de Shetlandeilanden. Ze waren zo maandenlang van huis.


Op papier heeft Stornoway nog een stevige vissersvloot, met bijna tweehonderd schepen. Maar negentig procent daarvan bestaat uit kleine vaartuigen van minder dan tien meter. Dat zijn vooral kleinschalige vissers die met kooien werken, gespecialiseerd in het vangen van kreeftjes en krabben. Tot de grotere schepen behoren diverse trawlers. 

Langoustines blijven de absolute hoofdmoot vertolken. Vissers voeren die in de avond dagvers aan bij de visafslag, waarna ze de volgende dag op het eiland verwerkt worden bij MacDuff. In de afgelopen vier jaar steeg de verwerking van 300 naar 600 ton. De verdiensten zijn dus goed en er is sprake van voorzichtige groei van de vloot. De bijvangst (haaitjes, schol, schelvis, rog) wordt vaak gebruikt als aas voor de krabvangst. Vrijwel alle vangst wordt verwerkt en per vrachtwagen en ferry getransporteerd naar het vasteland.

Personeel vormt een uitdaging voor de visserijsector. De economische omstandigheden hebben ertoe geleid dat veel jonge eilandbewoners vertrekken naar het vasteland, vaak om te studeren in steden als Glasgow. Het harde leven op zee schrikt bovendien nieuwe generaties af, ondanks de goede verdiensten. Arbeidsmigranten uit Europa en Afrika vullen de afgelopen jaren de tekorten op de schepen aan. Door Brexit is dat lastiger geworden. Om tegemoet te komen aan de toenemende vraag naar lokaal personeel, is de universiteit in Stornoway begonnen met diverse kortdurende opleidingen op maritiem gebied.

n De vangst van de dag wordt gelost bij de kleine visafslag.
n Vissers van Stornoway zijn vooral op jacht naar langoustines.
n Uiteraard ontbreekt de bekende oranje viskist niet.
n Netten en andere scheepsbenodigdheden staan gewoon op de kade.