n Het gebouw van de Free Church of Scotland, de best bezochte kerk van Stornoway.
n Het gebouw van de Free Church of Scotland, de best bezochte kerk van Stornoway.

Kollezeutjen

Ze zijn er op Urk. Mensen die overal kollen zien. Hele families zijn soms zelfs ‘bekold’. Boeiende vertellers weten je ervan te overtuigen dat het waar is. Smeuïge verhalen, meestal uit een ver verleden, worden bij een ‘skiemerlimpien’ verteld. Iel skril!

We vragen ernaar op Lewis. Nou, d’r is wel wat. Geen fairytales. Elfjes bestaan niet. Maar heksen? Die waren er wel. Sterker nog, één van de geïnterviewden woont in een klein gehucht met een roemruchte geschiedenis als bakermat van de hekserij. Ze kan er nu om lachen, hoewel? Regelmatig wordt haar nog de vraag gesteld: ‘Je bent van North Tolstsa? Waar is je bezemsteel?’

Er is meer bijgeloof. Inwoners van het eiland nemen liever geen vrouwen of dominees mee aan boord en eenmaal buiten de haven is het woord ‘rabbit’ verboden. Dat zou ‘bad luck’ veroorzaken. Waarom? Niemand die het weet!

       
                

Overlast

We zijn op zoek naar de jongeren die overlast veroorzaken. Jongens van 14 of 15 jaar, die je in het donker van de sokken rijden met een opgevoerde scooter zonder kenteken. Of dat deel van de jeugd dat je de stuipen op het lijf jaagt met harde knallen en zwaar vuurwerk. Misschien drinken jongeren zich wel laveloos in illegale honken? Een lokale journalist voor BBC Scotland kan er ons wel wat over vertellen. ‘Ja, ze hebben een jeugdprobleem. En er zijn ook wel straten waar de oudere eilandbewoner zich niet op zijn of haar gemak voelt.’

Twee dagen later ontmoeten we hem opnieuw. In de tussentijd hebben we nog geen brommer gezien. Zelfs geen fatbike. Laat staan rellende jongeren. Om onze vraag te verduidelijken laten we hem een foto zien van een brandende rotonde, zoals wij die op Urk kennen. Hij schudt zijn hoofd: ‘Dat zijn dus jeugdproblemen? Nee, dan heeft hij niks gezegd!’


Onschuldige tradities

Een groot deel van Nederland heeft het gehad met Sinterklaas. Een blanke man met zoveel zwarte knechten, dat is niet meer van deze tijd. Het is een zeer racistisch evenement dat het slavernijverleden verheerlijkt. ‘Onzin’, vindt een deel van Urk, ‘het is gewoon een onschuldig kinderfeest, waarop we eens lekker uitpakken voor de kleintjes’.

Eenmaal op het eiland schrikken we toch wel van de Halloweendecoratie overal. We zien weliswaar geen heksen en doodshoofden, maar toch wel hele grote spinnen en uitgekerfde pompoenen. Hoezo christelijk? Dat kan niet samengaan met het vieren van occulte feesten. ‘Onzin’, vinden verreweg de meeste inwoners van Lewis, ‘we vieren de oogst, niet de duistere kant. Het is gewoon een onschuldig kinderfeest. Zelfs de kinderen van de dominee gaan langs de deuren.’ Zélfs de kinderen van de dominee? We zijn overtuigd. Dan zal het wel goed zijn.


‘Et blift een vreemde’

Stornoway. Je bent er geboren en getogen met de liefde voor de klei of je bent van buiten: een vreemde. Eén iemand zou de uitzondering moeten kunnen worden. Hij had eigenlijk alles mee. Hij was er dan niet geboren, maar hij kwam wel van een naburig eiland. Hij verhuisde op jonge leeftijd naar Stornoway en leefde er zeventig jaar aaneen. In die jaren nam hij deel aan het sociale leven, de voetbalclub, gemeenteraad en de kerk. Wanneer er iemand in aanmerking kwam om niet langer een vreemde te zijn, dan was hij het wel.

De dag van zijn overlijden kwam en hij werd begraven op de aangrenzende begraafplaats. Zijn positie en status maakten dat er tijd en aandacht aan zijn uitvaart werden besteed. Ingeborenen van het dorp keken ernaar en schudden het hoofd. Een van hen sprak hardop uit wat ze dachten: ‘Dat is een beroerd grote begrafenis voor iemand uit Norwick…’


‘Dominee Macrae zou zeggen..’

Reverend Macrae was een diep bevindelijk predikant. Bekend en gerespecteerd in heel Noord-Schotland. Tijdens zijn leven hield hij een dagboek bij, waarin hij schreef over zijn persoonlijke omgang met de Allerhoogste. Macrae overleed in 1964 op het eiland Lewis. De Free Church gemeente van Stornoway richtte een grote gedenksteen op bij het graf van de dominee. Een trouwe dienstknecht was ingegaan, maar wat voortleefde onder de bevolking waren zijn krasse uitspraken.

Even schoot de naam van dé dominee in mijn gedachten. Ik ben opgegroeid onder de uitspraken van de Hollandse evenknie van Macrae: Ds. E. du Marchie van Voorthuijsen. Eén vermeende uitspraak van de dominee is me bijgebleven. Het ging over broeders en zusters: ‘Du Marchie zou zeggen: Al wazzen et nog maar neeven in nichten.’


Slikprikkel

Gaelic is een levendige taal. Dit betekent dat voor iedere nieuwe ontwikkeling een nieuw woord moet worden verzonnen. In gesprek met een plaatselijke historicus kwam daar een voorbeeld van voorbij. Voor Artificial Intelligence, beter bekend als AI, moest een nieuw woord komen. Het werd 'tuigse inntealta', oftewel 'geleerde intelligentie'. Een speciale commissie maakt daar werk van. 

Op Urk zeggen we ook dat de taal leeft. We bedoelen dan niet dat er nieuwe woorden bij komen, maar juist het tegenovergestelde: de taal verwatert door invloeden vanuit het ‘Vreems’. We zouden zo’n commissie op moeten richten en nieuwe woorden moeten introduceren. Kunstmatige Intelligentie, AI, wordt dan ‘kunsverstaand’, waarbij je moet letten op de stomme ‘t’ die je net als bij ‘kunsgebit’ niet uitspreekt. Het woord uit de titel is de Urker variant van een vervelend probleem in de voet. Daar mag je even op puzzelen.


Gaelic

Het Schots is voor veel mensen op het eiland niet de eerste taal. Verre van dat zelfs. Naarmate de leeftijd vordert, lijkt het moeilijker om mensen te vinden die zich fatsoenlijk in het Engels kunnen uitdrukken. Ze spreken Gaelic en ze schamen zich er niet voor. Overal in Stornoway zijn de borden, net als in Friesland, van twee teksten voorzien. Gaelic en Schots. Het lijkt niet eens op elkaar. Het zijn twee totaal verschillende taalbelevenissen.

Het Gaelic wordt in leven gehouden door het te spreken op de basisschool. Ook in het voortgezet onderwijs en zelfs op universitair niveau zijn diploma’s in het Gaelic te behalen. ‘Maar’, zegt een juffrouw op de plaatselijke middelbare school, ‘wil je de taal echt behouden, schrijf een Bijbel.’

Sinds 1943 worden er op het eiland kerkdiensten in het Schots gehouden. Maar lang niet alle diensten. Sommige kerken kiezen nog altijd voor het Gaelic als voertaal. Andere gemeenten maken ruimte voor de Gaelic-sprekende kerkganger. Daar vindt bijvoorbeeld de avonddienst in het Gaelic plaats of er wordt Gaelic gesproken in de wijkgemeente. Zou mooi zijn om dat op Urk ook te doen: ‘De Nederlandse dienst vindt plaats in De Poort, voor het aanbidden in de Urker taal moet u in de Bethel zijn.’


Geloven

Het is zondagmorgen. Een enkele kerkklok beiert een hartelijk welkom in de kerk. Op straat lopen tientallen kerkgangers in ganzenpas naar de morgendienst. Het ziet er vertrouwd uit. De gezinnen, ouderen, klassieke kleding en her en der een hoofddeksel. Niet zo overweldigend als op Urk, maar toch, het is er nog. Bepaalde zaken zijn verloren gegaan. Een plaatselijk historicus weet erover te vertellen: ‘Toen ik jong was werden de schommels op zondag aan elkaar gebonden en het hek naar de jachthaven ging op slot.’ De overwegend christelijke gemeenteraad heeft niet kunnen verhinderen dat de veerboot ook op zondag het eiland ging aandoen. Op straat zien we spandoeken met Bijbelteksten, die de inwoners van Stornoway ervan moeten overtuigen dat het fout is om de Tesco-supermarkt te openen op zondag. Tevergeefs. Het gaat gebeuren.

In de jaren ’50 vond er een opwekking plaats. De gebeden van een groep biddende moeders werden krachtig verhoord. Kerken liepen vol, kroegen leeg. Plaatselijke pub-eigenaars klaagden over de wegblijvende klandizie. Het christelijk geloof bereikte een hoogtepunt op het eiland. Maar tijden veranderen ook op Stornoway. Het aantal bezoekers van de vele kerken op het eiland neemt terug. Veranderingen in de samenstelling van de bevolking zorgen ervoor dat het christendom langzaam maar zeker aan zeggingskracht inboet.

De grootste kerk van het eiland is de plaatselijke Free Church of Scotland. Tijdens de zondagse erediensten wordt de kerk door zo’n tweehonderd mensen bezocht. Het interieur van de kerk lijkt wat op dat van de Bethelkerk. De liturgische vormen zijn vergelijkbaar met de Maranatha of De Bron. Een opvallend verschil is het zingen. In bijna alle kerken wordt gebruikgemaakt van een traditionele voorzanger. Orgels en andere instrumenten zijn voor veel kerkgangers een stap te ver.

Urk en Stornoway. Kerkelijke gemeenschappen. Nog wel. Op de haven ontmoeten we een groep biddende moeders. Er is nog hoop!


O wow!

Het wordt nogal eens gevraagd: ‘Waar gaan jullie kerken?’ De reacties op onze zondagsinvulling zijn nagenoeg gelijk. Wanneer we vermelden dat we ’s morgens naar de Free Church of Scotland gaan, wordt er instemmend geknikt. Natuurlijk! ’s Avonds hopen we naar de ‘zwaarste’ kerk van het dorp te gaan, de Free Presbyterian Church. Als we dat delen is de reactie steevast: ‘O wow!’

Het is ons alles meegevallen. Het kleine kerkje doet denken aan het ‘Bossekarrekien’ en ademt een serene sfeer. Gesproken wordt er niet door kerkgangers en het gebrek aan muzikale afleiding zorgt voor een adembenemende stilte. We krijgen van een van de mannen een psalmboek aangereikt en nemen plaats in de bank. Gemeenteleden kijken strak naar één punt en houden dat ook vol. De ouderling van dienst vraagt een gemeentelid om voor te gaan in gebed. Dat doet hij. Met de rug naar de gemeente. Het Gaelisch accent en de mompelende toon maken het haast onmogelijk om er iets van mee te krijgen. Een woord valt op: ‘sinner’. De preek wordt gelezen, maar heeft hier en daar een persoonlijk karakter. Het gaat over een verlamde zondaar die door zijn vrienden bij Jezus wordt gebracht. Het ‘amen’ klinkt. We zingen mee met de tonen van het slotlied, waarvan vooraf niet duidelijk is welke kant ze op zullen gaan. En toch is het mooi.

De dienst is afgelopen. Het was ernstig, eerbiedig. Het kerkje loopt leeg. Zwijgend en in stilte. We blijven achter met de ouderling en een diaken. Hun hartelijkheid en humor zijn terug. ‘Moeten we jullie even naar huis brengen?’

n Oproep naast de hoofdingang van de Free Presbyterian Church.
n Het interieur van de Free Church of Scotland doet denken aan dat van de Bethelkerk, maar dan natuurlijk wel zonder orgel.
n Protest tegen de voorgenomen zondagsopening van de Tesco-supermarkt, tevergeefs.