n Een weefgetouw waarop thuiswevers de stof produceren.
n Een weefgetouw waarop thuiswevers de stof produceren.

Harris Tweed: de trots van het eiland


Zoals op Urk het garnalenpellen ooit groot was als huisambacht, is dat op het eiland Lewis and Harris al eeuwenlang het weven van tweedstof. Dit is een open ruwe wollen stof, die voor de traditionele Schotse kleding wordt gebruikt. In iedere huiskamer stond wel een weefgetouw en voor de vele crofters (keuterboeren) op het eiland was het weven hun hoofdinkomen. De handgemaakte stoffen gingen naar het Schotse vasteland om te worden verhandeld. Al begin 1900 werd er een geregistreerd handelsmerk aangevraagd om de Harris Tweed wettelijk te beschermen en kwam er het 'Orb Trade Mark'. Om dit merk te mogen voeren, moet de stof gemaakt zijn van zuivere wol, met de hand gesponnen, geweven en geverfd door de bewoners van de eilanden van de Buiten-Hebriden. In 1993 ging men een stap verder en werd de Harris Tweed Authority opgericht, die actief aan de slag ging om het steeds bekender wordende kwaliteitslabel te promoten en beschermen tegen namaak.

De stof wordt geproduceerd in drie fabrieken op het eiland en bij zelfstandige wevers die voor zichzelf of voor de fabrieken produceren. Er zijn dagelijks 220 wevers actief. Elke vijftig meter stof wordt gecontroleerd door een inspecteur, voordat het Harris Tweedlogo erop geplaatst mag worden. De wereldmarkt wordt door toezichthouders in de gaten gehouden en namaak wordt bestreden door middel van rechtszaken. Door het leveren van een constante hoge kwaliteit en het ambachtelijke verhaal achter de stof, is Harris Tweed inmiddels een groot merk geworden. Het merk is in de mode. Bekende modeontwerpers verwerken de stof in hun collectie. Exclusieve tassenmerken gebruiken de stof en het logo. Maar ook merken als Nike maken gebruik van de stof voor hun limited editions. 

Anno 2024 wordt er ruim een miljoen meter Harris Tweed geproduceerd en dit groeit momenteel gestaag. Door het bewaken van het kwaliteitslabel, kan er ook een hogere prijs gevraagd worden ten opzichte van andere producenten van Tweedstof. Dat zorgt er weer voor dat er op dit moment nog steeds geld te verdienen is in dit schijnbaar 'ouderwetse' ambacht. Ook jonge meiden die het weven van de stof nog steeds als hun vaste baan hebben, waarbij men betaald wordt naar het aantal meter dat geleverd wordt. Te vergelijken met het werk in de vis op stukloon. Tijdens ons verblijf in Stornoway vond de presentatie plaats van het boek The islanders and the Orb. Het standaardwerk over de historie van de Harris Tweed Industrie. In de Townhall (Oude Raadhuis), waar het hoofdkantoor annex museum zit. Allerlei anekdotes worden opgedist uit de roemruchte geschiedenis van het merk. De firma Nike die 9,5 kilometer stof bestelde, Ben Affleck die in de film Argo een Harris Tweedjasje aan had. Steeds duidelijker wordt dat de keuze voor gezamenlijke promotie en bescherming van Harris Tweed, het merk marktwaarde heeft gegeven. Op die manier is er toekomst gegeven aan het ambacht. De vergelijking met ons mooie Noordzeeproduct dringt zich gelijk op…

Avondmaal

De kerkgangers op het eiland vieren regelmatig avondmaal. Iemand die aan de tafel deelneemt wordt een ‘communicant’ genoemd. Niet alle leden hebben toegang tot het avondmaal. Net als op Urk zijn er twee soorten gemeenteleden: belijdende en niet-belijdende leden. Toch wordt er geen openbare geloofsbelijdenis afgelegd, zoals dat op Urk wel gebeurt. Het ‘vor de knoopies’ komen gebeurt hier voorafgaand aan de eerste keer dat een gemeentelid aan het avondmaal wil deelnemen. Het lijkt een begrip in het dorp. Wanneer gevraagd wordt naar geloofsbeleving, wordt bijna standaard ook de kerkelijke status vermeld: ‘Ik ben wel kerkelijk, maar geen communicant.’ Of juist wel, natuurlijk.

De procedure om toegang tot de tafel te verkrijgen is een omgekeerde van die in de meeste kerken op Urk. Wanneer er een innerlijke behoefte is om ‘aan te gaan’, kan dat worden aangegeven in de week van voorbereiding. Vanaf donderdag is er iedere avond een bijeenkomst, waarin gemeenteleden toeleven naar de avondmaalsviering op zondag. De voorbereidingsweek kent een vaste volgorde. Bij de start op donderdag is er ruimte voor een algemene schuldbelijdenis in de preek. Op vrijdag is er aandacht voor zelfonderzoek en op zaterdag de bevindelijke voorbereiding. Tijdens deze avonden kunnen gemeenteleden zich melden bij een delegatie van de kerkenraad. Daar mogen ze aangeven hoe ze tot een persoonlijke relatie met God zijn gekomen. Op grond van dat getuigenis wordt toegang verleend.

Catriona Murray is communicant in de Free Church of Scotland. ,,Ik was drieënveertig jaar toen ik me aanmeldde. Ik stond buiten en twijfelde. De passerende dominee legde een hand op mijn schouder: ‘Kom je ook, Catriona?’, vroeg hij. Het was voor mij een teken dat ik naar binnen mocht gaan." Eenmaal binnen waren daar de mannenbroeders, gekleed in het zwart. Catriona vertelt hoe liefdevol ze ontvangen werd: ,,Ze waren heel mild voor mij." Die zondag mocht ze delen in de tekenen van brood en wijn. Na de bediening en de nabetrachting op zondag, komen de avondmaalsgangers op maandag nog één keer bij elkaar. Voor een gemeenschappelijke dankzegging.

Robert Dickie: arts, ouderling en Nederlandkenner

Er is niemand die de geheimen van het eiland beter kent dan dokter Robert Dickie. Als arts bood hij haar inwoners jarenlang lichamelijke zorg, als ouderling van misschien wel het ‘zwaarste’ kerkje van Stornoway, verzorgt hij de zielen. Robert Dickie staat op de lijst van mensen die we gesproken moeten hebben.

Dickie is een waardig gastheer. We worden bij de deur verrast met een deftig ‘Komt u verder’, in een prachtig Schots accent. Het blijkt niet het enige Nederlands dat de dokter machtig is. In de boekenkast prijkt de Grote Van Dale en ook de Hollandse oudvaders ontbreken niet. ,,Ik kreeg zoveel buitenlandse studenten hier over de vloer die keurig Engels spraken, dat ik dacht: waarom zou ik dan geen nieuwe taal kunnen leren? Ik luister en lees prima Nederlands. Alleen mijn spreken is wat roestig."

Uit het interview met Dickie blijkt dat hij goed op de hoogte is van de kerkelijke situatie in Nederland. De meeste plaatsen in de Biblebelt zijn inmiddels bezocht vanwege zijn banden met de Schots-Nederlandse Mbuma-stichting. De orthodox gereformeerde kerken liggen hem na aan het hart. Hij somt ter illustratie moeiteloos een hele reeks predikanten op die hem bekend zijn: dominee Zwartbol, dominee Van Voorden en natuurlijk onze eigen Urker dominee Romkes. Dickie stelt dat het behoud van de christelijke cultuur op Urk vooral te maken heeft met het godsdienstig onderwijs op scholen en catechisatie. ,,De christelijke scholen zijn een zegen. Hier missen we dat." Kerkgaan is volgens Dickie geen automatisme meer: ,,In Stornoway gaan vooral de ouderen nog naar de kerk. Mensen van buiten brachten het anti-kerkelijke sentiment naar het eiland."

Als gepensioneerd arts maakt Dickie zich zorgen over de opkomst van drugs en wat hij noemt ‘de stijl van drinken’. ,,Twintig jaar geleden was er nauwelijks of geen drugs op het eiland. Nu wel. Wat er wel altijd is geweest, is de stevige drinker. Het gaat niet meer om gezelligheid. Veel pubbezoekers hebben een stijl van drinken, waarbij ze drinken en drinken totdat ze van de kruk vallen."

Buiten begint het te schemeren. Het wordt vroeg donker. We praten door over allerlei thema's en blijven ons verbazen over de enorme hoeveelheid details die de dokter over ons dorp weet op te diepen. ,,Er zijn hier zelfs eerder mensen van Urk geweest", vertelt Dickie en met gepaste trots toont hij ons zijn gastenboek. Daarin prijken onder andere de namen van Wouter en Dirkje de Vries. Het hoogtepunt wordt bereikt wanneer dokter Dickie de Urker verslaggever verbetert: ,,Het is niet ín Urk, maar óp Urk." Nu wordt het echt tijd om te gaan. We nemen afscheid. Natuurlijk tekenen we graag het gastenboek: ‘Jan van den Berg en Willem van de Krant'.

Humbled houses

Robert Dickie is op Urk geweest. Hij herinnert zich de ‘ommelebommelestien’ en wat hij noemt: ‘humbled houses’. Vrij vertaald betekent dat: ‘nederige huisjes’. Ai, dat komt hard binnen. Doen we zo ons best om onze huizen aan te kleden volgens de allernieuwste trends. Zelfs zo, dat wanneer iemand een bestaande woning heeft gekocht, de standaardopmerking klinkt: ‘In d’r komt nog een tonne bij!’

Toch een beetje op de tenen getrapt, vertellen we Robert over onze ‘mooier dan die van de buren-raampost’. Hoezo nederig?

Robert legt uit: ,,Het ging niet over de toestand van onze huizen, maar meer over het oude dorp. Waar huisjes klein zijn en dicht op elkaar staan." Gelukkig! Op de vraag waarom zij dan niet meedoen met de allernieuwste trends, is hij duidelijk: ,,Uiterlijk boeit ons niet echt." Om jaloers op te worden.

Er is maar ien Urrek?

Stornoway. Volgens Wikipedia het Urk van Schotland. De overeenkomsten zouden legio zijn. Christelijk, kerkscheuringen, stenenreservaat, ouderlingen voor de pubs, eilandcultuur, ons kent ons, eigen taal, vier achternamen en dus veel bijnamen, jeugd die door de school paradeert in trainingspakken van de plaatselijke voetbalclub, de visserij en zelfs de vreemde recepten. Dat klinkt wel akelig veel als Urk. Een delegatie van Het Urkerland wilde het met eigen ogen zien en boekte tickets. En dan wordt werkelijk hoe ik word gewaardeerd in mijn positie als dorpshistoricus. Ik mocht ook mee en mijn mening deed er toe! Aan mij de opdracht om alles goed in me op te nemen en uiteindelijk de knoop door te hakken: ‘Bestot er een twiede Urrek?’

Ik heb me er thuis gevoeld. Wanneer Urk een soetendal is, dan geldt dat zeker ook voor Stornoway. De geboren inwoners zijn innig verknocht aan het eiland. Bewoners hebben hartelijk oog voor elkaar. De tientallen kaartjes in de kamer van de jarige dokter getuigen ervan. De juf van school had er zelfs een spreekwoord voor in Gaelic: ‘It was better felt than telt’. ‘De bewoeners binnen gastvrij’, zingt ons volkslied. En dat zal ook wel, maar niet zoals daar. We hebben er spijt van gehad dat we een appartement hadden gereserveerd, want huizen en harten gingen open. Tijdens onze zoektocht naar een plaatselijke predikant belden we de bewoner van het verkeerde huis wakker. Hij rook naar, nou ja, een nacht doorhalen in een benauwde bedstee, maar hij maakte alle tijd van de wereld vrij. Wat betreft de gastvrijheid… zo goed zijn we dan ook weer niet. Wat ze ook beter doen is het behouden van tradities. De taal leeft en er wordt werk gemaakt van het behoud ervan. Voor iedere herinnering is er wel een monument en met veel geld van allerlei instanties behielden ze een traditioneel, maar niet langer bewoond crafters-dorp. Wij stoken onze botters op, leren daar niks van, en brengen vervolgens onze kotters naar het oud-ijzer.

Net als op Urk waren we al gauw bekende verschijningen in het dorp. ‘Dorde keer traktieren, ouwe’, zeiden we nogal eens. Maar dat werd niet begrepen. Het voetbal legde het af wanneer het ging om kwaliteit. Er was een eilandcompetitie waar beide promotie en degradatie niet tot de mogelijkheden behoorden. We hebben een wedstrijdje meegekeken bij de jeugd en werden geraakt door de passie. Nooit wat zullen bereiken en gaan tot het gaatje. Karaktervoetballers. We raakten zo in vervoering dat we wel even moesten schreeuwen: ‘Pak an, die vint! Nor vuuren!’

Er waren daar meer bulten dan op Urk en véél meer ruimte. Vooral collega Meindert had jeukende vingers: ‘Daor moet een vekansieparrek koemen in daor een otel. In as ze die stroat nou angers inrichten… miskien moeten ze…’. Ik heb erover nagedacht. Kunnen we wellicht niet met heel Urk de polder, de polder laten met dat gezeik over grond en dan met de hele toko naar Stornoway verhuizen? Ruimte zat, vis zat, mogelijkheden zat. Ik zie het helemaal voor me. Als eindelijk de laatste Urker over is, komt er nog een groot vrachtschip de haven binnen. ‘Wat is dat dan nog?’, vraagt een originele inwoner van het eiland. ‘Oenze urregels’, antwoordt een van de nieuwkomers. Dat moeten we Stornoway maar niet aan willen doen.

‘Is er een twiede Urrek?’, was de vraag. Stornoway. Ik heb me er thuis gevoeld. Totdat ik Jannie weer zag en Puk tegen me opsprong. De kleinkinderen waren uit het redden met Bèbe: ‘Eaw je ok kedootjes?’ ‘Vanzellef!’ Er wordt op het raam geklopt: ‘Sjekkien, Buur?’ Ik hak de knoop door. ‘Er is maar ien Urrek. Wie er is die blift er al!’

mv: Opmaak Willem

n Het beroemde logo van Harris Tweed.
n De tweedstof wordt niet alleen gebruikt voor traditionele kilts en colberts. Ook Nike toonde interesse.
n Robert Dickie, met op schoot het gastenboek waarin al diverse Urker namen staan.
n Gerestaureerde traditionele huizen, aan de rand van het eiland. Op de achtergrond de eindeloze Atlantische Oceaan.
n Stonehenge, maar dan anders.