'... met de nieuwe mens bekleed...'
Kolossenzen 3 : 10
Hoeveel tijd hebt u nodig gehad om de kleding uit te zoeken die u vandaag draagt? Sommigen besteden veel aandacht en zorg aan hun kleding, terwijl anderen juist datgene pakken wat vooraan in hun kledingkast hangt. Maar hoe mooi de buitenkant ook is; wat leeft er nu precies verborgen in ons innerlijk? Hoe zit het, met andere woorden, op geestelijk gebied met onze kleding?
In Kolossenzen 3 spreekt de apostel Paulus over het uittrekken van de oude mens en het aantrekken van de nieuwe mens. De oude mens heeft betrekking op wie wij van nature zijn wanneer wij God niet kennen. Het is opvallend dat er in de Bijbel voor het eerst over kleren gesproken wordt na de zondeval. Toen pas zagen Adam en Eva in dat zij naakt waren en schaamden zij zich. Dat wij kleren dragen heeft dus alles te maken met het verlies van onschuld en het feit dat wij de vertrouwelijke omgang met God en met elkaar verloren hebben. Sinds Adam zitten alle mensen gevangen in de macht van de zonde. Hoezeer wij ons ook inspannen om goed te leven, toch zit er in ons hart zoveel wat verkeerd is. Paulus noemt verschillende voorbeelden op: ontucht, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, hebzucht, maar ook toorn, woede, slechtheid, laster, en schandelijke taal. Al die zaken moeten wij wegdoen uit ons leven alsof het gaat om versleten kleren die we weggooien. Dat is echter makkelijker gezegd dan gedaan.
Een kledingstuk kun je uittrekken, maar de oude mens is onderdeel van wie wij zijn. Daarom gebruikt Paulus ook sterke woorden wanneer hij zegt: 'dood dan uw leden die op de aarde zijn'. Onze oude mens moet sterven en dat lukt alleen als wij tot Christus gaan. Wij moeten met Hem verenigd worden in Zijn dood en opstanding. De nieuwe mens is niet een kledingstuk dat wij in een winkel kunnen kopen. God is het die ons daarmee wil bekleden. Door Christus zijn wij geheiligd, maar Hij vraagt ook van ons om zelf ons leven te heiligen.
proponent H.-J. van der Wal