Afbeelding

Over daagse en zondagse meisjesdracht

Commissie Urkerdag geeft antwoord op vragen

De commissie Urkerdag krijgt uiteenlopende vragen over de Urker dracht. In aanloop naar pinksterzaterdag geven de kenners opheldering over klederdrachtzaken. Vandaag wordt antwoord gegeven op de vraag: hoe kleed je de meisjes aan in daagse en zondagse dracht?


,,Tegenwoordig maken we complete jurkjes, waarin alle onderdelen van de klederdracht zijn verwerkt. Dat is natuurlijk makkelijk, maar daardoor mist wel het model'', vertelt Willie Bakker-Nentjes van de commissie. ,,Een mooi voorbeeld hiervoor is het gebruik van de 'worst' aan de achterzijde. De rok staat hierdoor wijd en zo komt er zichtbaar model in het geheel.''


Daagse meisjesdracht

,,Na het aantrekken van de onderborstrok, onderrok en de milde, is de kraplap aan de beurt. De banden van de kraplap haal je door de lusjes, gaan onder de tippen (onderkant van de milde) door en vervolgens maak je een strik in het midden. Dan gaat de rok aan, ook onder de tippen, waarbij de plooitjes achter zitten. De boezel gaat voor, de linten leggen we over elkaar en deze zetten we met één kopspeld aan de achterkant vast. De speld erin, eruit en er weer in: dan kan een kind zich nooit bezeren. Het laatste onderdeel is het slot met kralen.''


De hulle

Wanneer zet je als meisje een hulletje op? ,,Vroeger droeg een kind het kapertje totdat het een oorijzer erfde van een bes of opoe. Meisjes van een jaar of tien droegen soms een hulle; op twaalfjarige leeftijd hadden de meesten er al wel een op. De achterkant van de hulle had bij kinderen vaak open of doorzichtig kant. Het was een gewoonte om de naam van het kind te borduren op de ondermuts en door het kant kon je het borduurwerk heel mooi zien.''


Zondagse meisjesdracht

,,Op zondag gaat de 'suundese' boezel voor, de linten leggen we weer over elkaar heen en met een kopspeld zetten we deze vast. Om het af te maken gaan de boezelhaakjes voor. Op zondag dragen de meisjes het witte, geplooide doekje. Door de plooitjes valt het doekje mooi over de schouders. Het doekje zetten we van voren vast, onder de rok. Het vastzetten doen we ook aan de achterkant. Ten slotte gaat het slot met kralen om de nek. Het gouden slot achter en de kralen mooi voor!''


Een video met de uitleg in beeld verschijnt morgen (vrijdag) op de sociale mediakanalen van de commissie Urkerdag.

n Janne Vlot keurig in de daagse dracht; het kapertje heeft dezelfde kleur als de rok.
n De ondermuts met het borduurwerk: de naam van het kind met een figuurtje.
n Linde Vlot krijgt het witte, geplooide doekje bevestigd bij de zondagse dracht.