Afbeelding

Polderplannen zijn er om gewijzigd te worden

Een paar weekenden terug was het zover: de feestelijke opening van de Poldertoren in Emmeloord. Kosten noch moeite waren gespaard. Overdag konden bezoekers de trappen op om onder het carillon over de polder heen te kijken. In de avond was er een erfgoedspektakel georganiseerd, met een lichtshow op de toren en een optreden van luchtacrobaten, die zich tijdens het afdalen niet lieten tegenhouden door de stevige polderwind.

De lichtshow werd geopend door een AI-vormgegeven Cornelis Lely. Omdat het geluid niet optimaal was, vanwege dat windje, kon ik er niet veel van verstaan. Wel ving ik de gebruikelijke woorden op als het over de ontstaansgeschiedenis van Flevoland gaat: verschrikkingen van de zee, overstromingen, nieuw land, toekomst.

Het leven aan de Zuiderzee was inderdaad geen makkelijk bestaan. Ik denk vaak aan de verhalen van mijn bessiens, die zich allebei nog de schaarste en armoede van het oude eiland herinneren. De generatie van mijn grootouders was de eerste voor wie de toekomst beter zou zijn. De inpoldering heeft Urk ook veel goeds gebracht.

Maar het was niet enkel ellende wat de Zuiderzee bracht. Er werd ook van de zee geleefd. In goede tijden voorzag die zelfs van enige welvaart. Dat wordt amper verteld in de ontstaansgeschiedenis van Flevoland. Die begint altijd met het idee van Lely om de Zuiderzee af te sluiten, en nog concreter met het dichten van de dijk tussen Urk en Lemmer. Het einde van een eiland en het begin van een nieuwe polder.

In de plannen van de plannenmakers lag de focus op het nieuwe land. Er moest immers een nieuwe boerenmaatschappij uit de grond gestampt worden. De vissersgemeenschappen van het oude land deden er niet zoveel meer toe. De plannenmakers keken enkel vooruit.

Waar de polderarchitecten alle ruimte kregen om hun rechte lijnen in het landschap te trekken, werd Urk letterlijk in een hoekje van de polder gehouden. Nu we ruim tachtig jaar en een aantal moeizame grenscorrecties verder zijn, ziet de polderkaart er anders uit. Van een drooggevallen Zuiderzee-eiland is Urk onverwachts uitgegroeid tot een flink dorp én de economische motor van Flevoland. En als het aan ons ligt, groeien we door ook.

Al gaat dat volgens het CBS minder hard dan voorheen. Vanaf 2011 is de bevolking gegroeid met twintig procent. Maar dat percentage zakt ineens naar vijf procent in de komende veertien jaar. De reden die hiervoor gegeven wordt, is dat de provincie minder nieuwe huizen verwacht, waardoor er minder mensen op Urk kunnen wonen. Typisch is hierbij dat de Noordoostpolder de komende jaren wél een grote bevolkingsgroei verwacht. Ik heb een sterk vermoeden waar veel van die nieuwe bewoners vandaan zullen komen.

Stel nu eens dat diezelfde plannenmakers voor de huidige kaart van Urk/NOP zouden staan. Ze zouden denk ik fronsen en zich achter de oren krabben, maar ten slotte de passer en liniaal erbij pakken om een paar nieuwe flinke lijnen te trekken.

Jan Maarten Zwaan