
Commissie Urkerdag geeft antwoord op klederdrachtvragen: hoe trek je als man de dracht aan?
Algemeen De puntjes op de iDe commissie Urkerdag krijgt uiteenlopende vragen over de Urker dracht. In aanloop naar pinksterzaterdag geven de kenners opheldering over klederdrachtzaken. Vandaag wordt antwoord gegeven op de vraag: hoe trek je als man de Urkerdracht aan?
Na het aantrekken van de koesen is de tussenbroek aan de beurt. ,,Deze broek draag je voor het volume - vooral voor de jongens die wat mager zijn - en om je koesen vast te houden’’, vertelt Bettie Weerstand van de commissie. ,,Als je de banden van de koesen vastmaakt, doe je dat onder de knie. Je maakt er eerst een lus in, dan leg je de band om je been en dan maak je een strik in de band. Zo blijven je koesen perfect op z’n plek.’’ Jan Anker vult aan: ,,Sommigen hebben geen tussenbroek, gebruik dan een sportbroekje of een trainingsbroek en rol die op, dan valt je zwarte bovenbroek in ieder geval al mooier.’’
Baotjen en keelknopen
,,Het striept baotjen doe je niet in je tussenbroek, want als je de bovenbroek aanhebt en die zakt een beetje af, dan zie je de tussenbroek.’’ Maakt het uit over welke zijde je het striept baotjen bevestigt? ,,Nee hoor. Ik doe het zelf altijd over rechts. Het over twee kanten dragen was vroeger handig voor als er een zijde smerig was.’’ Dan volgen de keelknopen. ,,Je hebt verschillende soorten, maar daar is geen discussie over mogelijk, het is aan de drager zelf. Het was vroeger ook zo: wat lag er voor handen?’’
Het artikel gaat verder onder de foto.
Bettie maakt de keelknopen vast bij Jan.
Broek, rökkien en stukken
,,Dan komt je doek met de trouwring - aan de vinger was aan boord veel te gevaarlijk - en trek je de bovenbroek aan.’’ Over de lengte van de broek: ,,Je broek hoort te stoppen waar het dikke van je keat ook stopt.’’ Jan: ,,Een tip: klop je broek tijdens het dragen af en toe even uit. En ik druk m’n striept altijd strak mijn broek in, zo staat het geheel veel mooier. ‘’ Bettie: ,,Urkergoed hoort inderdaad strak te zitten. Ik zie de opa van mijn man Louw nog staan: hij sloeg zijn goed aan. Hoe krapper je Urkergoed zit, des te mooier het eigenlijk staat.’’ Dan volgt het rökkien, dat gaat ook in je bovenbroek. ,,Vervolgens bevestigen we de broekstukken. Je hebt hier veel soorten in: Salomo’s oordeel, Jozef en de vrouw van Potifar, de Samaritaanse vrouw. Er zijn meestal vrouwen in het spel.’’
Karrepoes en sevuutjen
Jan: ,,Voordat je de kleppe sluit, trek je je goed weer even strak.’’ Bettie: ,,De broekstukken draag je over de kleppe. Als je in de rouw bent, druk je ze eronder.’’ De schoenen en de karrepoes maken het geheel helemaal af. ,,De karrepoes draag je een beetje frivool, met het strikje naar voren toe. Als je vroeger op stemmige stond voor ouderling of diaken, droeg je ‘m naar achteren. Werd de persoon niet gekozen, dan ging de karrepoes elke week een tikje naar voren, totdat ie weer recht op het hoofd stond. In de kerk gaat de karrepoes af en wordt ie opgevouwen en in de kleppe van de broek gestopt. Als het koud is draagt een man een sevuutjen. Dat leg je rond en daar maak je maar één knoffel in.’’
Een video met de uitleg in beeld is te vinden op de sociale mediakanalen van de commissie Urkerdag.