Water

Een lekker wandelingetje maken zit er niet in. Mijn Hollandse spieren protesteren hevig als ik de steile hellingen op of af probeer te lopen. Maar andere opties zijn er niet. Je moet omhoog of omlaag. Dat geldt ook voor het andere verkeer, dat zich met ronkende motoren naar boven worstelt en zwarte wolken diesel-uitlaat in mijn gezicht blaast. Of dat met piepende en knarsende remmen de haarspeldbochtjes naar beneden neemt.

De loodzware watertrucks hebben hoorbaar de meeste moeite om de berghelling op te komen. De huizen op deze berg zijn niet aangesloten op een waterleidingsysteem, dus elke druppel kraanwater moet met een truck naar boven gebracht worden. Daar wordt het met een dikke slang overgeheveld in grote tanks, waarvan elk huis er een of meerdere heeft. Een andere slang zorgt vervolgens dat het uit je kraan komt.

Dat water kun je niet drinken. Je gebruikt het voor de was, voor de afwas of om mee te douchen. Drinkwater moet ook naar boven gebracht worden in grote jerrycans van een liter of 20, met een kraantje onderaan. Naast drinken, gebruik je dat om je tanden te poetsen. In elk geval als je een buitenlandse maag hebt. De locals hebben wat meer weerstand en doen het wel met kraanwater.

Dan heb je nog het afvalwater. Het water waarin je kleren gewassen worden bijvoorbeeld. Dat gaat niet de afvoer in. Je hevelt het over in grote emmers en die zet je in de badkamer met een soort plastic steelpan erin. Met dat water trek je dan de wc door. Het is een heel gedoe, als je zo verwend bent als wij Nederlanders tenminste. Die eindeloze stroom brandschoon water die voor een habbekrats uit onze kranen blijft gutsen, is voor ons vanzelfsprekend.

Maar hier raakt het gewoon op, zo ervaarde ik al snel. Twee dagen lang moeten we afwassen met een emmer water die we bij een buitenkraantje vullen. Dan heeft de waterbezorger weer een gaatje voor ons, en luid grommend worstelt de truck zich het laatste steile stukje op naar het huis.

Via een in elkaar geflanst laddertje van stukjes sloophout en een berg puin, klimt de dominee bij wie ik te gast ben op de enorme watertank, met zijn zwarte slang. Na een uurtje zweten zijn beide tanks vol en komt er weer een bescheiden straaltje water uit de keukenkraan. Lang duurt dat niet. Nog geen week later is het weer op en zie ik de domineesvrouw water uit een grote regenton tappen om haar was te kunnen doen.

Kraanwater mag dan schaars zijn, het Levende Water stroomt vrijelijk door dit berggebied. Het kleine kerkje, iets lager op de helling, houdt het niet bepaald voor zichzelf. Meerdere keren per week trekt de stokoude, gebutste dieselbus gevuld met kerkleden, naar de dorpen in de buurt om ook daar levend water uit te delen. Die kerkbus is eigenlijk ook een watertruck. Alleen is dit water wel om te drinken. En het raakt nooit op.