Pinksteren: een ‘vreemd’ feest
Van alle christelijke feesten is Pinksteren ongetwijfeld het vreemdst. Niet dat de andere feesten allemaal zo ‘gewoon’ zijn. Integendeel! Maar je kunt je bij de andere feesten, hoe moeilijk het ook mag zijn, toch nog wel iets voorstellen. Bij het Pinksterfeest schiet onze verbeelding helemaal tekort.
Het begon al zo vreemd op de eerste Pinksterdag. Er was een geluid van een geweldige windvlaag, maar de aanwezigen voelden niets. Er waren tongen als van vuur, maar het was geen echt vuur. En ten slotte begonnen de leerlingen in andere talen te spreken. Wat we daarbij moeten denken, weten we eigenlijk niet precies. Waren het echte talen die ze spraken en die anderen hoorden? Of waren het vreemde klanken die de omstanders de indruk gaven dat ze in hun eigen taal werden toegesproken? Met andere woorden, was het een spreekwonder of een hoorwonder?
Op deze vreemde, onvoorstelbare manier is volgens het Nieuwe Testament de Heilige Geest gekomen. Op deze manier is de wind van God gaan waaien en zijn mensen in beweging gekomen. Op deze manier is het vuur van God gekomen en zijn mensen in vuur en vlam geraakt. Op deze manier is de verkondiging van het evangelie door God zelf op gang gebracht en zijn mensen gaan spreken van de grote daden van God. Maar ook zo blijft het nog steeds vreemd voor ons.
Waarom vinden wij het dan zo vreemd? Waarom is het nu dan zo anders? De bekende Abraham Kuyper heeft indertijd geprobeerd om dit met een beeld duidelijk te maken: het beeld van de aanleg van een waterleiding. Op de pinksterdag vindt de eerste aansluiting plaats, en wel in dat deel van het lichaam van de kerk dat al klaar was: het Joodse gedeelte. Omdat het de eerste aansluiting is vindt deze plaats met een geweldige kracht: er treden allerlei tekenen op. Later vindt nog eens een lichte herhaling plaats, namelijk als in Samaria ook het heidense gedeelte wordt aangesloten.
Ongetwijfeld zit er wat in dit beeld, maar het is wel erg mechanisch en verklaart het niet waarom wij vandaag ons zo weinig kunnen voorstellen, als we het over de Geest hebben. Wat is daarvan de oorzaak? Ligt het soms aan het feit dat wij zo ver van het oorspronkelijke feest afstaan? Ligt het aan de eeuwen historie die ons scheiden van dat oorspronkelijke feest? Ongetwijfeld heeft dat er ook mee te maken.
Als wij zo weinig merken van de aanwezigheid van de Geest en Zijn kracht, moeten wij onszelf dan niet deze vraag stellen: bidden wij wel genoeg om de openbaring en de doorwerking van de Geest? Ligt het niet aan onszelf? De ‘vreemdheid’ van Pinksteren is dan ook als een boemerang die terugslaat op hem/haar die het werk van de Geest eigenlijk maar vreemd vindt. Waar dan ook helemaal niets ervaren wordt, moet de vraag gesteld worden: Is de Geest wel aanwezig? Dat is een harde vraag, maar ze kan niet ontweken worden.
Het is echter niet de enige vraag. Omdat we zelf bij het werk van de Geest betrokken zijn, moeten we, als we niets van Hem ervaren, ook de vraag stellen: Ben ik misschien bezig de Geest uit te doven? (vgl. 1 Thess. 5:19), zodat Hij zich van mij terugtrekt?
Hoe weet je dan of de Geest in je is? Vaak gaan mensen dan in zichzelf ‘graven' om na te gaan of ze op de een of andere manier iets voelen van de Geest. Dat is echter niet de weg die de Bijbel wijst. Jezus heeft ons de weg gewezen, toen Hij van de Geest zei dat Die Hem verheerlijken zou en het uit Hem zou nemen en het aan ons zou verkondigen (Joh. 16 :14).
Dat betekent ook: de normale weg van de Geest is niet die van het spectaculaire, maar van het gewone. Er is dan ook geen enkele reden om vooral het speciale te zoeken. We zouden juist daarin onszelf wel eens kunnen zoeken. We zouden wel eens bezig kunnen zijn de Geest tot een dubbelganger van onszelf te maken. En dat is toch niet de bedoeling; daarom blijft het nodig het Pinksterfeest te vieren!
Pinksterfeest gaat nooit verloren!
Ds. D.C. Hellinga