De ene bult is de andere niet

Er was eens een eiland in een woeste binnenzee. Een eiland met een eigen cultuur en dialect, waar men voor een groot deel leefde van de visserij. Maar toen werd er een dijk gedicht en was het eiland ineens eiland af. Een groot gedeelte van dat voormalige eiland werd ook nog eens opgeslokt door een nieuwe drooggevallen polder. Een rijksdienst moest beslissen wie er mocht komen wonen en werken. En wie niet…

Klinkt het bekend? Het zou zomaar een beknopte geschiedenis kunnen zijn van het eiland Urk en het droogvallen van de Noordoostpolder. Maar voor deze polder moeten we aan de overkant van het IJsselmeer zijn, om precies te zijn in de gemeente Hollands Kroon. We verblijven een paar dagen in de omgeving van Wieringen en de Wieringermeer.

Hoewel andere plaatsen in de IJsselmeerpolders graag mogen pochen met hun pioniersgeschiedenis, is het bij Wieringen waar écht gepionierd werd. In 1924 werd de Amsteldiepdijk gelegd, de proefdijk voor de aanleg van de Afsluitdijk zakte telkens weg in zee. Voor de omvangrijke Wieringermeerpolder werd eerst een klein proefpoldertje bij Andijk drooggelegd. Door de ervaringen die hier werden opgedaan, kon het werk aan de andere projecten vlot en soepel verlopen.

Vanuit de strakke polder klimmen we de keileembult van het oude eiland op. In een glooiend landschap zien we huisjes met groene geveltjes en witte makelaartjes. In het plaatsje Hippolytushoef zien we een handjevol mannen een gouden oorbel dragen. In gesprek met wat Wieringers valt het op dat er nog steeds ‘op’ in plaats van ‘in’ wordt gezegd. Ook de trots waarmee ze spreken over hun eilandgeschiedenis valt op. Een aardige mevrouw voelt zich nog een echte eilander. En volgens een bevlogen gids zijn de Wieringers te kenmerken als een vrijgevochten en eigenzinnig volkje. Aanpakkers, met het hart op de tong. Ook dat klinkt allemaal heel bekend.

Wordt er ook nog Wieringer dialect gesproken op het voormalige eiland? Steeds minder, wordt me met droefheid in de stem verteld. In Den Oever bestaan nog wat oude Wieringers die onderling nog Wierings spreken, maar daarmee is de kous af. Klederdracht wordt nog gedragen door leden van een koor, dat voornamelijk uit ouderen bestaat. Zij doen hun best om de kennis door te geven aan volgende generaties, maar echte belangstelling is niet aanwezig. Een korte inspectieronde over het haventje van Den Oever leert ons dat de visserij ook hier zijn beste tijd heeft gehad. En ik vrees dat hetzelfde geldt voor hun geliefde eilandgevoel.

Vol indrukken rijden we weer terug naar onze eigen bult. Komend weekend zal het Oude Dorp weer schitteren van kraplappen en striept baotjes, gedragen door jong en oud. Op de haven zal er tussen netten en fuiken vis worden gerookt en met een beetje fantasie is Urk dan weer eventjes dat eilandje in de Zuiderzee. Onze eilandgeschiedenis mag dan misschien niet uniek zijn, de manier waarop die nog altijd voortleeft, is dat zeker wel.

Jan Maarten Zwaan