
Wel en wee
'Zo zo, dat is een dikke bak', zegt Jacob, duidend op de auto die over de oprit naar ons huis komt rijden. Ik knik bevestigend en zeg 'dat is zeker een dikke bak'. Twee tellen later stappen er man, vrouw en twee jongens uit. Het is opvallend mooi weer en we zitten in de zon een bakje koffie te doen. Het visseizoen is weer aangebroken en vanmorgen zijn alle chalets geïnspecteerd en staan er weer fris en fruitig bij om bewoond te worden.
We zijn net aan het overleggen wat we beter zouden kunnen doen. Tijdens het winterseizoen is er een lijst gemaakt van spullen die missen, kapot geraakt zijn en waar iemand ontevreden over is geweest. Zo is het toestaan van huisdieren een dingetje. Eerst mocht iedereen zijn huisdier gewoon meenemen, tot we erachter kwamen dat als iemand een huisdier meenam, we er na de tijd best veel werk aan hadden. Ik ga jullie de details besparen, maar er zijn gevallen waarbij degene die een huisje schoonmaakte waar een hond in had gezeten, kotsend naar buiten kwam.
Ook spullen die verdwijnen, is soms een raadsel. We zijn begonnen met in alle huisje dezelfde bestekken. Er was er na het seizoen van vorig jaar niet één die nog compleet of hetzelfde was. We hebben nu bestekken die totaal niet lijken op welke wij hadden, en pannen van een heel andere makelij dan die van ons.
De zoons zijn wel vissers
Het stel komt naar ons toelopen, en stelt zich voor. Zij noemt haar naam en ik zeg 'hallo, ik ben Harry'. Ze glimlacht en zegt 'ja, dat weet ik. We volgen jullie op de tv'. En gelijk erachteraan: 'dit is eigenlijk zo raar, jullie kennen ons niet maar wij jullie wel'.
Ik zeg 'ga zitten, koffie!'. Dit breekt altijd het ijs een beetje. We horen heel vaak dat dit bij andere wateren zeker het geval niet is, daar mogen ze blij zijn als er iemand is om ze te ontvangen.
Jacob is de man van het gezin aandachtig aan het opnemen en vraagt: 'ben je visserman?'. De man schudt ontkennend en zegt 'slager'. 'Omdat je een oorbel draagt', ketst Jacob terug. 'O', zegt de man, 'die heb ik van een Urker, Klaas Hoekstra, kennen jullie die?'.
Jacob zegt: 'ik ken maar één Klaas Hoekstra, maar die leeft niet meer. Dat was de 'tarbotkiller' zoals wij hem kennen'. De man schudt het hoofd 'die bedoel ik ook'. 'Ja', zegt de vrouw, 'daar hebben we alle oorbellen van'. We kijken ze een beetje vreemd aan; 'hoe kennen jullie Klaas?', vragen we verwonderd.
'Die kwam altijd bij mijn vader in het café. Ik ben er een van Reijer van de Willem Barentsz', zegt hij lachend. Dan breekt er complete chaos uit. Iedereen aan tafel heeft wel iets waar Reijer in voorkomt: zijn strijd tegen de illegale barretjes, iets met een koe, en zijn inzet bij de voetbalkantine. Een uurtje is dan zo verstreken.
De zoons staan echter te popelen, want dat blijken de vissers te zijn. Ze hebben een visvakantie gekregen van hun ouders, en moeder had gezegd: 'maar we gaan dan wel naar de familie Gnodde, daar wil ik eens kijken'. En zo gebeurt het dat ze een week op Etang La Chateline vissen.
'Volgend jaar weer'
Toen ik vroeger nog bij Brouwer Transport reed, vroeg ik me weleens af hoe het kon dat het ene schip met 600 kisten binnenkwam en het andere met nauwelijks 150. Nu, na 5 jaar een vismeer in bezit te hebben, weet ik dat er ook een factor kunde is. We krijgen soms gasten binnen die geheel in camouflagekleding komen, inclusief de auto en aanhangwagen. Je ziet ze pas als ze het bos uit komen rijden. Die gaan een week later weg zonder ook maar een keer een vis te hebben aangeslagen. Het ligt aan alles, behalve aan henzelf.
Deze twee knapen van zeer jonge leeftijd zijn een week later weggegaan met twee kanten van het vangstrapport volgeschreven met karpers met gewichten tot wel 20 kilo per stuk. Vader en moeder gingen lekker de omgeving verkennen en namen na een week afscheid met de belofte volgend jaar weer terug te komen.
Focus
Naarmate je ouder wordt, ga je ook ervaren dat de leeftijd een rol gaat spelen. Laatst zag ik een opmerking voorbij komen waar ik een glimlach van om mijn mond kreeg. De beste man schreef: 'nu ik ouder word, gaat alles langzamer, behalve vergeten! Dat gaat steeds sneller'.
Nu is het bij mij niet het vergeten, maar lichamelijk merk ik wel dat alles me niet meer zo makkelijk afgaat als jaren terug. Ik ben bezig met het maken van deze column, als ik wat vaker even weg moet kijken om mijn ogen weer te focussen. Als ik even later met Gré naar het journaal zit te kijken, worden de letters soms iets wazig. We hebben noodgedwongen een andere, kleinere, televisie van een Frans merk en ik klaag tegen Gré dat het maar niks is, die verbaasd reageert met: 'ik heb nergens last van. Ik vind het een mooi beeld, dat is omdat jij ouder wordt', en ze lacht.
Muizenkeutels
De andere dag zie ik alles heel wazig. Als ik beneden kom, zegt Gré: 'je ogen zijn heel rood'. Ik moet denken aan wat de dag ervoor op het nieuws is geweest. Dat er mensen zijn overleden die in contact waren geweest met uitwerpselen van knaagdieren, waaronder muizen en ratten die besmet zijn met dit virus. Gabrielle had dit ook gezien en die begint meteen een reeks symptomen op te noemen: 'ben je misselijk? Heb je diarree? Heb je koorts?'.
Ik ontken, maar ze blijft doorratelen; 'ik ga even een afspraak voor je maken bij de dokter of nee, je moet in quarantaine, niet bij de kinderen komen hoor'. Ik kijk haar verbaasd aan en vraag waarom ze zo doet. 'Zo is het bij die mensen ook begonnen'. 'Welke mensen?', vraag ik haar. 'Die van dat cruiseschip', antwoordt ze. 'Ik heb dat vannacht even gegoogeld (door de zwangerschap slaapt ze niet meer zo goed, en heeft 's nachts alle tijd om ongegeneerd te scrollen op internet) en het komt door muizenkeutels, en daar zijn wij natuurlijk rijkelijk mee in aanraking geweest'.
Inderdaad, we zouden bij Gabrielle in het huis een paar kleine aanpassingen doen, maar kwamen tijdens het verwijderen van wat stucplaten wel heel veel muizensporen tegen. Het een haalde het ander los, en het bleek dat deze vrij in- en uitloop hadden gehad en daar ook volop gebruik van hadden gemaakt.
De afspraak bij de dokter gemaakt. Die nam een deel van de zorgen al weg. Nadat ik mijn twijfels had kenbaar gemaakt aan haar, schudde ze het hoofd en zei 'dat is een virus dat alleen bij die dieren in Zuid-Amerika is, dat kennen wij hier niet'. Ik voelde me daarna gelijk weer beter. 'Maar voor je oog moet je naar een specialist'.
'Of ben je dat vergeten?'
Zo gezegd zo gedaan, even een afspraak gemaakt (er gaat niks even in Frankrijk, alles duurt tijden). Gelukkig is het urgent en mag ik de andere dag komen. Alice offert zich op om met me mee te gaan. Het is een vrije dag in Frankrijk en ontzettend rustig in de kliniek. Een vrij oude dokter doet wat onderzoeken, kijkt een beetje bedenkelijk en vraagt: 'Tu t'es peut-être cogné la tête?' (heb je misschien je hoofd gestoten?). Ik schud ontkennend, en Alice gelijk eroverheen: 'Oui, pas moins de trois fois, et bien fort'. (jazeker, wel drie keer heel hard). Ik kijk haar aan en ze zegt: 'bij Gab toch? Of ben je dat vergeten?'.


