
‘Het was een voortdurende strijd’
AlgemeenIn 1972 werd de overstap gemaakt naar de visserijschool Jan van den Berg. Een overstap die hij in de jaren daarvoor al regelmatig letterlijk had gemaakt, want na vieren en op de woensdagmiddagen, liep Koffeman al vaak over om aan de vissers in opleiding lessen Nederlands en Engels te geven. Koffeman heeft het altijd bij de theoretische vakken gehouden. ,,Dat vergt wat creativiteit van de leraar, want met praktijkvoorbeelden moet je leerlingen toch duidelijk maken dat het nuttig is om die soms saaie stof tot zich te nemen. Je moet ze toch weten te motiveren.” Lastige leerlingen heeft Koffeman genoeg gehad, al had hij naar eigen zeggen nooit veel moeite om de orde te handhaven. ,,Je moet een bepaald overwicht hebben en dat heb je of dat heb je niet. En dat ligt niet aan je lengte”, lacht Koffeman. ,,Vroeger kon je nog wel eens een klap uitdelen met een stuk touw, maar tegenwoordig hoef je dat niet meer te proberen. Er zijn natuurlijk altijd leerlingen die de confrontatie willen aangaan en die je uitlokken. Als het op een botsing dreigde uit te lopen, dan heb ik ze wel eens de klas uitgestuurd om af te koelen, want er zaten grote knapen tussen. Maar uiteindelijk gaat het er om dat je ze weet duidelijk te maken dat ze er voor zichzelf zitten en ze zichzelf alleen maar benadelen als ze er een zootje van maken. Gelukkig kwamen de meesten naderhand wel naar me toe om hun excuus aan te bieden. Uiteindelijk gaat het er om dat ze met een diploma van school afstappen.”
Dat het onderwijs voortdurend in beweging is, dat heeft Koffeman wel ervaren in die 34 jaar dat hij bij het nautisch onderwijs betrokken was. Vroeger kon je in vier jaar tijd je diploma Motordrijver of Stuurman 1 en 2 halen. Daarna kon je nog de aanvulling halen en had je in vijf jaar tijd een diploma vergelijkbaar met het huidige SW5. Daar doe je nu zeven jaar over. Een nieuwe ontwikkeling is de samenvoeging van SW5 en SW4 tot de opleiding Visserijofficier. ,,De opleiding is nu veel breder geworden en dat maakt het diploma alleen maar belangrijker. Het is een beroepsopleiding die het ook mogelijk maakt om over te stappen naar andere sectoren”, aldus Koffeman. Belangrijk verschil met vroeger noemt hij ook de zelfstandigheid die nu van de leerling wordt gevraagd. ,,De leerlingen moeten nu veel meer zelf doen, en dit is met name voor zwakke leerlingen of minder gemotiveerde leerlingen nog wel eens lastig. Vroeger nam je die leerlingen vaak bij wijze van spreken aan de hand. Het is uiteindelijk ook het streven van de leraren om ook hen met een diploma van school te laten stappen. Helaas lukt dit niet altijd, want er zijn altijd leerlingen die afhaken. Maar uiteindelijk zie je die toch later vaak wel weer terug, want papieren zijn uiteindelijk toch een must.” Koffeman was dan ook de drijvende kracht achter de oprichting van de Stichting Urk Maritiem. In de visserijschool wordt, vaak op zaterdag, les gegeven aan leerlingen die ouder dan 21 jaar zijn. Vaarbewijs, radar en radiotelefonie, zijn certificaten die daar bijvoorbeeld gehaald kunnen worden. ,,Over de motivatie van de leerlingen hoef je je dan geen zorgen meer te maken, want die mensen weten hoe belangrijk het is. Op dit moment hebben we zo’n dertig tot vijfendertig leerlingen op de zaterdag. De behoefte is dus duidelijk aanwezig. Het nautisch diploma, aangevuld met radar- en radiotelefoniecertificaten levert een Nederlands vaarbewijs op, en dit kan weer belangrijk zijn bij het verkrijgen van een buitenlands vaarbewijs. Dit zijn papieren die je bevoegdheid geven om op schepen te functioneren. Niet alleen met het oog op de eigen veiligheid, maar ook op de aansprakelijkheid als er onverhoopt iets mocht gebeuren”, zo maakt Koffeman duidelijk.
Bedreigingen
hoe komt een telg uit een vissersgeslacht in het onderwijs terecht? ,,Een besturige”, zo noemt Cees Koffeman het zelf. ,,Een geluk bij een ongeluk, zo kun je het ook omschrijven, want het was op advies van de dokter. Ik had als jongetje met voetballen bij de Wilhelminaschool een schop tegen mijn knie gekregen. Een slepende blessure mondde uiteindelijk uit in een operatie. De dokter adviseerde me om maar geen visserman te worden, want dit zou ik fysiek, vanwege de knie, niet aankunnen. Ik werd dus schoolmeester.”
Cees belandde na de lagere school daarom in de schoolbanken van de mulo. Daarna volgde kweekschool De Driestar in Gouda. ,,Dat was destijds ingrijpend, want je zat daar een maandlang op een internaat. Gelukkig zaten we daar met acht Urkers, dus we hadden steun aan elkaar. Later probeerde ik ieder weekend naar Urk te komen. Dat ging op het duimpje. Op maandag kon ik meestal wel met een baggerbusje meerijden, dat me dan bij Gouda dropte.” De studie ging voorspoedig en na vijf jaar stapte Cees met zijn hoofdakte van school, klaar voor de arbeidsmarkt. Voorzien van een startkwalificatie zou men heden ten dage zeggen. Eerst moest hij echter nog anderhalf jaar de dienstplicht vervullen en daarna kon hij het geleerde in praktijk brengen. De intussen getrouwde Cees Koffeman kreeg in 1968 een aanstelling in Ossenzijl. ,,We gingen daar zelfs wonen, maar uiteindelijk kwamen we toch weer op ‘de bult’ terecht, omdat ik in 1970 op de Rehobothschool kon komen.”
De overstap
De wijzigingen in de onderwijsstructuur waren een voortdurende bedreiging voor het kleinschalige Urker visserijonderwijs. In de tachtiger jaren kwam de eis dat een scholengemeenschap minimaal zeshonderd leerlingen moest tellen. ,,Vele gesprekken volgden en er zijn wat uurtjes vergaderen in gaan zitten. Het waren jaren vol spanning en de vlag ging in maart 1995 in top toen de toenmalige staatssecretaris Netelenbos uiteindelijk toestemming gaf voor het voortbestaan van het VBO-nautisch. Het Urker visserijonderwijs kreeg hieree een unieke positie in Nederland. Een fusie met de huishoudschool en later met de mavo, bleek wel noodzakelijk en dit leidde uiteindelijk tot het Berechja College. De naam van Joop van Eck blijft onlosmakelijk verbonden met het vinden van die definitieve oplossing. Dat mag wel even gezegd worden”, zo vindt Koffeman. De strijd om het voortbestaan zorgde volgens Koffeman ook voor een hecht team, dat zich inzette om de kwaliteit van het onderwijs optimaal te houden. Blij is hij met onmisbare steun van het bedrijfsleven en het Productschap Vis die met hun bijdragen zorgen voor een hypermodern uitgeruste school. ,,Het voelde goed om met z’n allen de schouders er onder te zetten.” Jammer noemt hij het dat het leerlingenaantal de laatste jaren weer afneemt door de economisch zware tijden waarin de visserijsector verkeert. Twee jaar terug had men nog bijna honderd leerlingen en nu nog zestig. ,,Ik had graag onder andere omstandigheden afscheid genomen”, zegt Koffeman met een zorgelijke blik. Zorgen maakt hij zich ook over het imago van de visserij. ,,Duurzaamheid is een term die onlosmakelijk met visserij verbonden is. Natuurorganisaties zetten tong en schol op de rode lijst en er hangt een slecht imago om de boomkorvisserij. We zijn dus gedwongen om iets te doen aan onze public relations om onze vis te presenteren als natuurzuiver product dat op verantwoorde wijze is gevangen”, zo geeft Koffeman aan.
Van groot belang heeft Koffeman het daarom altijd gevonden om als visserijtak verder te kijken dan de neus lang is. Bijna alle vissersplaatsen ter wereld heeft hij wel bezocht. ,,Overal doe je wel wat nieuws op, wat weer toepasbaar is voor je eigen sector. Per slot van rekening hoef je niet altijd zelf het wiel weer uit te vinden.” Als voorbeeld noemt Koffeman zijn recente bezoek aan Alaska. ,,Daar draaiden de schepen op visolie, en dat is natuurlijk interessant met de huidige gasolieprijzen.” In al die jaren heeft Koffeman een heel netwerk opgebouwd in eigen land en over de hele wereld. ,,Altijd makkelijjk als je elkaar al eens hebt ontmoet. Ik heb dat altijd proberen in te zetten in het belang van de visserijsector en ik denk dat we er af en toe wel voordeel van hebben gehad. Denk alleen al aan de erkenning in het buitenland van onze diploma’s.”
Hoogte- en dieptepunten
Bijna veertig jaar in het onderwijs, dan heb je heel wat gezichten langs zien komen, hoogte- en dieptepunten meegemaakt. Als dieptepunten ervaart Koffeman het verlies van collega’s en leerlingen door de dood. Hij noemt de namen van de oud-directeuren Fokke Post, Tjeerd Hoekstra en Egbert Korf en de collega’s Klaas Bakker en Willem Smit. ,,Mensen die hun beste krachten hebben gegeven en die vol waardering en respect in mijn herinnering voortleven. Ingrijpend waren ook de ongelukken op het IJsselmeer en het Tjeukemeer, waarbij leerlingen de dood vonden.” Veel hoogtepunten waren er ook. De overwinning in de strijd om het voortbestaan, maar ook het bezoek van koningin Beatrix en prins Claus aan de school, zijn een paar voorbeelden die Cees noemt. Vol voldoening kijkt hij in ieder geval op zijn periode in het onderwijs terug. Met de Stichting Urk Maritiem blijft hij nog betrokken bij het onderwijs. Als voorzitter van de Verening van Visgroothandelaren Urk wil Koffeman werken aan een betere relatie tussen aanvoer en handel. ,,Daar schort het op dit moment aan, en we zullen moeten beseffen dat we de handen ineen moeten slaan. We moeten zeker niet tegenover elkaar komen te staan.”
Zijn verdiensten voor de samenleving werden vorige week al onderstreept met een koninklijke onderscheiding. Koffeman wil nog wel even kwijt dat hij het altijd met plezier heeft gedaan en natuurlijk dankzij de Zegen van Boven. ,,Je kan het niet alleen. Je hebt elkaar ook als mens nodig. Naderhand besef je ook pas welk offer mijn ouders en broers hebben gebracht om me te laten studeren. Op dat moment besef je dat niet, maar we hadden het niet breed en er moest toch heel wat op tafel gelegd worden om de studie te bekostigen. Daar ben ik ze nog altijd dankbaar voor.”