Roelof Tiede Oost.
Roelof Tiede Oost.

Roelof Tiede Oost: Urker verzetsstrijder in Noord-Holland tijdens de Tweede Wereldoorlog

Algemeen 4 mei

In het prachtige duingebied tussen Bloemendaal en Zandvoort ligt al 75 jaar een bijzondere begraafplaats te wachten op de dodenherdenking van 4 mei. Een erebegraafplaats met bijzondere Nederlanders: in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetters omgebrachte verzetsstrijders. Onder hen de nationaal bekende Hannie Schaft. Naast haar graf bevindt zich het graf van een verzetsstrijder van Urker afkomst: Roelof Tiede Oost. Overigens een bekende en veel voorkomende naam in het Urker geslacht van de familie Oost.

De in Bloemendaal begraven Roelof Tiede Oost zal waarschijnlijk bij de huidige generatie op Urk niet echt bekend zijn. Hij is namelijk al voor de oorlog op vrij jonge leeftijd voor zijn werk van het eiland Urk vertrokken richting Medemblik. Hij was de zoon van wijlen Hendrik Oost. Toen zijn vrouw op jonge leeftijd overleed hertrouwde vader Hendrik met de weduwe Jannetje de Vries, op Urk beter bekend als Jannetje van Jacob. Hendrik werkte als timmerman op de toenmalige werf van Metz en Jannetje had als weduwe een noodzakelijk bestaan als winkelierster met stoffen en Urker kleding. Haar zoon wijlen Geert Oost heeft later die winkel overgenomen en uitgebouwd. Hendrik Oost nam uit zijn vorige huwelijk een zoon mee, te weten Roelof Tiede Oost, ook wel kortweg Roel genoemd.

Roelof kreeg na een opleiding op de kweekschool in Haarlem, waar hij zijn echtgenote ontmoette, uiteindelijk een baan als klerk/boekhouder in het Provinciale Psychiatrische Ziekenhuis te Medemblik. Een psychiatrisch ziekenhuis waarin tijdens de oorlog ook Joodse patiënten werden verpleegd. Onder de patiënten verbleef ook een aantal Joodse onderduikers, die eigenlijk geen verpleging als patiënt nodig hadden, maar in het ziekenhuis een veilig onderdak hadden als schuilplaats voor de Duitse bezetters. Dat was overigens wel een spannende aangelegenheid, want onder het ziekenhuispersoneel bevonden zich, naast een aantal dappere verzetsstrijders, ook een aantal fanatieke NSB-ers. Tot de dappere verzetsstrijders behoorde ook, met een tweetal collega’s, de van Urk afkomstige Roelof Tiede Oost.

Het ziekenhuis stond in de loop van de oorlog bij de bezetters bekend als een broeinest van verzet. Het gevolg was dat er begin 1945, waarschijnlijk na verraad door NSB-personeel, een tweetal razzia’s plaatsvond. Daarbij zijn een aantal Joodse patiënten alsmede zich als patiënt voordoende Joodse bewoners opgepakt en met fatale afloop afgevoerd richting concentratiekamp Auschwitz. Door verraad werd verder in februari 1945 een drietal personeelsleden, die actief waren in het verzet waaronder Roelof Oost, opgepakt vanwege hun rol bij het verbergen van Joodse medeburgers. Zij werden uiteindelijk in februari 1945 gedetineerd in de gevangenis aan de Weteringschans te Amsterdam. Die hechtenis duurde echter niet zo lang. Bij een treffen met een vuurgevecht tussen de Duitse Sicherheitsdienst (SD) en leden van het Amsterdamse verzet was er een lid van de Duitse SD omgekomen. Als represaille werd, onder leiding van SD Hauptsturmbahnführer Willy Lages (later één van de vier van Breda), onmiddellijk een aantal gevangen genomen verzetsstrijders uit het Huis van Bewaring gehaald en ter plekke in het Weteringschansplantsoen koelbloedig gefusilleerd. Onder hen Roelof Tiede Oost. Toevallige Amsterdamse voorbijgangers werden zelfs gedwongen om ter afschrikking als toeschouwer toe te kijken bij dit wrede nietsontziende schouwspel. 422 stoffelijke overschotten werden daarna gedropt in een inderhaast gegraven massagraf in de Bloemendaalse duinen. De na de bevrijding opgegraven lichamen kregen nadien een eigen graf in de prachtig in de duinen aangelegde erebegraafplaats. Navrant detail is overigens nog dat bij het opgraven van de stoffelijke overschotten de inmiddels gevangen genomen Willy Lages, die verantwoordelijk werd gehouden voor het ombrengen van vele verzetsstrijders, bij het massagraf gedwongen werd om toe te kijken bij het opgraven en identificeren van de lichamen.

In Medemblik bleef echtgenote Rie van Roelof achter met twee kleine kinderen. Kinderen die er overigens getuige van zijn geweest dat hun vader Roelof op hardhandige wijze door Duitse soldaten met het geweer in de aanslag uit zijn huis werd gehaald. Zij hebben hun vader nooit meer gezien. Rie werd nauwelijks of niet geïnformeerd over het lot van haar man. Zij mocht per gratie één keer medicijnen tegen migraine voor haar man op het politiebureau afleveren, maar dat was het dan. Gelukkig was zij een sterke vrouw, die ondanks dit drama, haar gezinnetje draaiende wist te houden. Ze verhuisde naar Haarlem, waar ze onder meer wat inkomsten genoot door kostgangers in huis te nemen. Zij heeft uiteindelijk de hoge leeftijd van 103 jaar mogen bereiken. Haar beide dochters Gonnie en Henriëtte zijn inmiddels ook op leeftijd, maar gedenken vooral omstreeks 17 maart (datum executie van hun vader) en 4 mei hun te vroeg overleden jonge vader.

Het verhaal van deze bijzondere Urker verdient het om verteld te worden. De monumenten bij het voormalige Provinciale Ziekenhuis in Medemblik, het monument de Hoornblazer in het Amsterdamse Weteringschansplantsoen en zijn grafsteen in de Bloemendaalse duinen getuigen daar op ontroerende wijze van.

Grafsteen op de erebegraafplaats in Bloemendaal.
Monument bij het Prov. Ziekenhuis Medemblik waar Oost zijn verzetswerk pleegde. Daarop een foto van hem en zijn twee opgepakte kameraden.