Afbeelding

Celstraf geëist na vermeende aanranding in auto

Algemeen

Tegen een 58-jarige Urker is vandaag (donderdag 17 september) een celstraf van 20 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, geëist. De man wordt verdacht van het aanranden van een 18-jarige jongen uit de jeugdzorg in een rijdende auto in Lelystad.

‘Ik vind het echt niet tof van je dat je dat deed’, appt de jongen op 23 december 2024 aan de verdachte. Een dag eerder vroeg hij zijn voormalige begeleider om hulp. De jongen stond in Almere en had geen geld om naar Emmeloord te reizen. Hij appt de Urker die hem wel een lift wil geven.

Onderweg doet de verdachte ‘zijn hand in mijn broek’, zo appt de jongeman een dag later aan zijn opa. De jongen bevriest. Later zou de verdachte de auto parkeren en gebeurde er meer. Dat hij wilde dat het stopte, hoorde de verdachte niet, zo verklaart het slachtoffer. Hij vraagt de volgende dag zijn opa om raad omdat hij niet weet wat hij met deze situatie aan doet. Ook wisselt hij berichten met de verdachte. Als de Urker hem vraagt om weer eens bij hem te logeren, vraagt hij hem geen contact meer op te nemen; ‘Laat me met rust. Dit kan echt niet. Je hoort van me’.

De verdachte reageert niet op die app’jes. Donderdag verklaart hij daarover in de rechtszaal. De man dacht dat de jongen verwees naar een ruzie die ze in de auto hadden gehad: ‘Ik dacht, ik neem over een week of twee wel weer contact op’.

De man was als vrijwilliger de hulpverlener van de jongen. Het slachtoffer woonde acht weken bij hem in huis. Daarna verwaterde het contact. De verdachte ontkent met klem de aanranding in de auto. Waarom deed de jongeman dan aangifte, wil de rechter weten. ‘Misschien om een schadevergoeding te krijgen’, zegt hij.

Het gebeuren heeft het slachtoffer veel gedaan, blijkt uit zijn schriftelijke verklaring. Hij zit vanaf jonge leeftijd in de jeugdzorg en heeft hulpverleners moeten vertrouwen. Dat lukt hem nu niet meer; ‘Iemand die ik om hulp vroeg, heeft mijn vertrouwen geschaad’. De jongen wil ook dat de Urker een beroepsverbod krijgt.

Omdat de verdachte de jongen als hulpverlener leerde kennen, wil het Openbaar Ministerie ook een beroepsverbod voor de duur van 5 jaar. De officier benadrukt dat in deze zedenzaak het verhaal van het slachtoffer lijnrecht tegenover dat van de verdachte staat. De berichten om hulp aan zijn opa en ook de WhatsApp-wisseling met de verdachte ondersteunen zijn verhaal, zegt de officier.

De advocaten van de verdachte menen dat wat de jongen heeft verklaard, niet gebeurd kan zijn.

De rechtbank doet op 1 oktober uitspraak.