
Sportcolumn: Geleende ogen
Column SportcolumnAfgelopen vrijdagavond, zes uur. Het is een halfuur voor de aftrap. Ik zit op stoeltje nr. 38, rij 12, in vak 9 van de Veltins Arena en probeer te tellen hoe vaak ik inmiddels bij Schalke ben geweest. Dat doe ik aan de hand van de mensen die met me meegingen. De allereerste keer mijn neefje, toen ik gewoon nog een voetbaltoerist was die weleens een keertje bij die vermaarde Ruhrgebiedclub wilde kijken. Daarna ruim ons halve gezin, inclusief echtgenote, mijn beste maot, mijn vader. Iedereen een of twee keer. Ik ging ook geregeld alleen, wat misschien zielig klinkt maar stiekem heel leuk is. De ene keer beland je in een Duitse vriendenclub, de andere ga je gewoon lekker op in de massa.
Het leukste van iemand meenemen is dat je eigenlijk iemands ogen leent. De debutant ondergaat alles voor het eerst. Vrijdag was de eer aan PSV-fan 1, nauw verbonden aan Dochter 3. Het was rond vijf uur toen we vanuit de woonwijk richting stadion wandelden en hij zijn eerste blijk van verbazing uitte. Het rijtje mede-fans dat verderop een boom stond te bewateren was mij eerlijk gezegd niet opgevallen. Tja, zo gaat dat daar met al dat meegesjouwde bier. De statiegeldverzamelaars zijn al net zo vertrouwd.
Vijf minuten later een man in een spijkerjasje zonder mouwen, vol met patches die pro-S04 of anti-Bayern, -BVB, -Köln of -DFB zijn. We hebben de arena zelf dan nog niet eens in zicht. Want daar weten mijn geleende ogen pas echt niet wat ze zien. Voorbij marcherende ultra’s die zingen over de complexe familieverbanden van bepaalde tegenstanders, de bratwurstbaklucht die het stadion als een dikke deken omringt, de man met een kilt van sjaaltjes, de enorme clubshop.
Binnenin het stadion de vicieuze ring van loketten, waar naast het reguliere voetbalvoer ook zuurkool, karbonade en leverkaas te krijgen zijn. Tien minuten voor de aftrap de tig coupletten van het Steigerlied en daarna het clublied. PSV-fan 1 is behoorlijk geïmponeerd door het volgens hem enorme aantal uitfans (een schamel plukje naar Schalke-maatstaven) en natuurlijk door de Nordkurve: twaalfduizend fans die maar blijven zingen, springen en vlagzwaaien, zelfs na de bittere 1-1 en 1-2 in de slotminuten. Daarover verwonderde hij zich misschien wel het meeste: hoe een club best aardig kan spelen en dan zó zuur verliest. Het enige element van dit voetbalfeest dat mij nu juist helemaal niet meer verrast.
Jelle Bakker